Petrus Camper (1722-1789) Petrus Camper
(1722-1789)
Home > Texts > Petrus Camper > Shoe
HOME TEXTS PROJECTS ORDER SITEMAP
ANTHRO CAMPER BUFFON DAUBENTON ROUSSEAU
ORANG SKIN SHOE MORPHING UNICORN

Petrus Camper,

“On the Best Form of Shoe,”

translated from Dutch into English by James Dowie,

The Foot and Its Covering (London: Hardwicke, 1861): xxvii-44.

History of Medicine,

National Library of Medicine

PETRUS CAMPER,

VERHANDELING

OVER DEN

BESTEN SCHOEN,

Herdrukt uit het TWEEDEN DEELS N°. IV. van het GENEES- NATUUR- EN HUISHOUD-KUNDIG KABINET van den Heer J. VOEGEN VAN ENGELEN, M.D.

TE LEYDEN, Bij J. VAN TIFFELEN EN B. ONNEKINK.

Koninklijke Bibliotheek 504601. [The Greek letters have been changed to Roman letters for consistency with the English translation and the illustrations. — Miriam Claude Meijer, Ph.D., Transcriber.]

PREFACE TO “CAMPER ON THE BEST FORM OF SHOE.”

     This little treatise originated in a jest. I wished to prove to my pupils, who maintained that all subjects had been treated in writing until they were exhausted, that the most trifling matter, were it but a shoe, might become interesting if discussed by one able to speak with entire knowledge of both causes and results.
     They did not believe that I should dare to make public such a work on such a subject. I accepted the challenge, and here it is.
     But, joking apart, my reasonings upon the distressing consequences of the miserable manner in which we are at present shod are founded upon a long series of observations and reiterated experience. I can only hope that the victims of fashion may profit by my views, and that many fathers and mothers will be induced to avoid the infliction of much torture upon their children. If I can succeed in persuading them of this, I shall have accomplished my object.
     I shall not say —

Ridendo castigat mores,
Jesting, your manners I were fain to mend;
but —
Ridendo calceos corrigit,
Jesting, to improve your foot-gear I intend.

VOORBERIGT.

Aangezien de Heer Schrijver van deze Verhandeling eenige weinige exemplaaren van dezelve afzonderlijk verzogt hadt, oordeelde ik het opschrift boven ieder blad te moeten laaten zoo als het in mijn Kabinet zelve gedrukt is, en zoo als wij gewoon zijn te doen met stukken ons door Lieden van naam en geleerdheed toegezonden.
     De vorst het overzenden der proeven belettende, is teffens oorzaak dat wij Zijn Wed. Verkiezing van een eenvoudiger opschrift vernoomen hebben, zoo als die thans volgens derzelfe opgaave op het voorblad gevonden wordt.

J. VOEGEN VAN ENGELEN.

Leiden, den 11 January 1781.

DRUKFEILEN.

      Op bladz. 23. §. 5. Reg. 12. staat: door den voorsten scheenspier, Tibialis Anticus, die gehegt is aan den knokkel enz. Lees: door den voorsten scheenspier, Tibialis Anticus, en door den agtersten scheenspier, Tibialis Posticus, die gehegt is aan den knokkel, enz.
      Op bladz. 36. §. 5. Reg. 12. staat: ac enustae. Lees: ac exustae.

INTRODUCTION.

"Non multum absuit, quin sutrinum quoque inventum à sapientibus diceret Posidonius."SENECA.

     It is surprising that while mankind in all ages have bestowed the greates attention upon the feet of horses, mules, oxen, and other animals of burthen of draught, they have entirely neglected those of their own species, abandoning them to the ignorance of workmen, who, in general, can only make a shoe upon routine principles, and according to the absurdities of fashion, or the depraved taste of the day. Thus, from our earliest infancy, shoes, as at present worn, serve but to deform the toes and cover the feet with corns, which not only render walking painful, but, in some cases, absolutely impossible. All this is caused by the ignorance of our shoemakers.
     We bestow reasonable compassion upon the fate of the Chinese women, who dislocate their feet in obedience to the dictates of a barbarous custom, and yet we ourselves have submitted complacently for ages to tortures no less cruel. I say for ages: C. Celsus, who lived before the Christian era, Paulus Ægineta, and Ætius, have described, with great precision, the diseases of the feet caused by ill-made shoes and sandals. It is evident that all the world did not imitate Socrates, who went barefoot.
     The shoes and boots of our time are no better than those of the ancients. I know by experience the difficulty of obtaining easy ones.

Non multum absuit, quin Sutrinum quoque inventum a Sapientibus diceret Posidonius.

SENECA

INLEIDENING.

     Menigmaalen heb ik mij verwonderd hoe het vernuftig menschdom, zedert zoo veele Eeuwen en nog dagelijks, zig afslooven konde om de voeten der Lastdieren bekwaamelijk te bezorgen, terwijl het zijne eigene verwaarloosde, en zig geheel overgeeft aan de domme Onkunde van de zulken, die, alle met den anderen, geene kennis hebben dan om naa het hedendaagsch gebruik en belagchelijke zwier een Schoen te maaken, die meest al den voet prangt, de teenen, van der jeugd af aan, elendig bederft, en, door verharde likdoorns, de onafscheidelijke gevolgen van de onweetenheid dier werklieden, den gang niet alleen pijnelijk maar dikwerf ten eenemaal onmoogelijk maakt.
      Wij, die de Chineese vrouwen beklaagen, en de zwier, die zij volgen, moeten, barbaars noemen, draagen zedert een reeks van Eeuwen zeer gewillig een dergelijk juk, in beide de kunnen! Hoe zou CORN. CELSUS anders, die reets voor agtien Eeuwen geleefd heeft, de gebreken der voeten, van kwaade zoolen en schoenen afkomstig, zo net hebben kunnen beschrijven? Hoe PAULUS VAN AEGINE en AËTIUS onder de Grieken? Want alle gingen niet als SOCRATES op bloote voeten.
     De hedendaagsche Schoenen schijnen over het geheel die der Ouden niet te verbeteren: eigene ondervinding

I have never met with such in London, and rarely in Paris; but at Amsterdam and Groningen I found several makers, grown grey in their business, who entered into my views when they saw the sad evidences of unwilling experience on my own feet; above all, however, and as having served me best, both in regard to ease in walking and excellence of the article, I have to commend a young master cordwainer of the Hague.
     Experience and reflection soon led me to the conclusion that a shoe adapted to one town may not be so well suited to another. A shoe, for example, fitted for the Hague, is not so for Amsterdam, and is positively objectionable at Leeuwarden, at Groningen, and wherever the streets are paved with rolled pebbles, as nature presents them to us, and without being dressed and squared, as they are at Hamburg, Berlin, &c. Elsewhere the pavements are still worse, and there a certain habit is necessary to escape disagreeable inconveniences in walking.
     I am confident, moreoever, that even the best and most celebrated shoemakers have a defective method of taking the measure of the foot. My knowledge of anatomy shows me that the foot lengthens in walking, and becomes shorter when in repose. In consequence, the measure taken of the sole of the foot when in repose, according to ordinary routine, must produce a shoe too short for the same foot when it is in motion; and thus both the great toe and the heel must be pinched, and the joints of all the toes made to rise, and form eminences, the sole being of too unyielding a material to adapt itself to the necessities of the case. Experience has convinced me, also, that the heels of boots and shoes ought to be placed more forward upon the sole, so as to support the centre of gravity of the body. I remember that in my boyhood shoes were made with the toes slightly turned up.

4 Verhandeling over den besten Schoen,

althans, het bezien van veele Steden in de nabuurschap van mijn Vaderland, en de onvermeidelijde noodzaakelijkheid om overal schoenen te moeten draagen, hebben mij geleerd, dat ik te Londen nimmer een schoen gemaakt heb konnen kreigen naar mijnen voet, te Parijs slegts een enkele keer; te Amsterdam en te Groningen vond ik oude Lieden, die in de daad vatbaar waren voor redeneering, en gaarne mijne waarneemingen, op mijn eigen voet genoomen, wilden aanhooren, en zoo veel mogelijk nakoomen. In ’s Haage heb ik een jongman gevonden die, in gemakkelijkheid en vastheid in den gang, mij de allerbeste gemaakt heeft, en dus alle de andere verre overtreft.
     De oplettenheid en de dagelijksche ondervinding leerden mij, dat een schoen geschikt voor de eene Stad hetzelfde voorrecht niet hadt in de andere. Een schoen die draagelijk is in den Haag, is minder goed te Amsterdam, en geheel onnut te Leeuwaarden, te Groningen, en overal alwaar de Balsteenen, zonder gespleeten te zijn, dat is zoo als de heide-velden die opgeeven, gebezigd worden: als te Hamburg, bij voorbeeld, te Berlijn, enz. daar de straaten nog minder gemakkelijk zijn, of men moet door den tijd zig eene hebbelijkheid verkreigen om dat lastig gebrek door eene andere gangwijze voor te koomen.
     Langzaamerhand wierd ik ondertusschen gewaar, dat zelfs de voornaamste en konstigste Schoen­maakers geene grondige kennisse hadden om de maat te neemen. De ontleedkunde leerde mij namelijk, dat onze voet onder het gaan langer wierdt, en onder het stilstaan bij verwisseling korter; en derhalven, dat de maat voor de Zool op den voet plat genoomen, gelijk altoos geschiedt, noodwendig te kort moest koomen in den gang, en dus den grooten teen knijpen, de hiel agter pijnigen, en eindelijk de knokkels van alle de teenen opwaarts doen staan, om dat de Zool zelve als te hard van leder niet wijken kan.
     De ondervinding leerde mij overtuigend, dat de hak diep genoeg onder den bal van den voet moest koomen,

Our travelled youth introduced the Parisian fashion of wearing them very flat and shallow, and with excessively high heels. A general revolution in the fashion of our shoes ensued. I purchased shoes of this description for myself, without noticing the change, but was painfully made aware of it at the expense of my toes, which were bruised by contact with every stone that came in my way. The reason of this discomfort was an enigma to me until, the subject of shoes and shoemaking having occupied my mind, I discovered the cause of my martyrdom.
     The principles of my researches are founded upon the anatomical theory of Borelli. They have convinced me of the importance of the subject, and induce me to believe that I may be of some service to my fellow-creatures, by enabling them to profit by my physical inquiries into the defects of a part of our attire with which we cannot dispense.
     Men and women do not walk in the same manner, on account of the difference in the width of their hips; and children, again, move differently, in consequence of the shortness of their legs. Aged persons, whose heads (and frequently their bodies also) are bowed forward, are obliged to bend the knees to preserve their equilibrium, — the centre of gravity then falling necessarily more forward upon the instep.
     Towards the end of pregnancy, moreover, the upper part of the female frame is thrown backwards, in order to maintain the centre of gravity; so that at this important period women bear greatly on the heel.
     Ladies, old and young, in the upper walks of life, wear high and slender heels to their foot-gear; and to make the foot look smaller and neater, these heels are carried as far forward under the instep as possible. Misled by ridiculous vanity, our burgesses have also adopted this absurd fashion. Our peasantry are wiser, they providing themselves with shoes that give firmness to their gait and render walking easy.

door hen Heer PETRUS CAMPER. 5

om het zwaartens-middenpunt te ontfangen; en hoogerzijn moest, wanneer wij op een ongelijken straat, dan wanneer wij in huis, in een tuin, of in den Haag wandelen willen.
     In mijne jeugd maakte men de Zool van voren wat opgewipt; de Hofjonkers van Parijs gaven eerst aan hunne Stad, eindelijk aan onze jeugd, en die weder aan de Schoenmaakers, de leus dat de Zoolen geheel plat moesten zijn, de hakken hoog en niet diep. Men maakte mij eens toevallig zulke Zoolen, zonder dat ik ’er op gelet hadde, evenwel met behoud van mijne gewoone laage hakken; dog ik stootte mijne teenen zoo dikwerf tegens de ongelijke balsteenen, dat de pijn niet draagelijk, en de oorzaak voor mij in den beginne een raadzel, was; tot dat ik den schoen een onderwerp mijner beschouwing maakte, en de waare redenen ontdekte, welke op de wiskundige gronden van den grooten BORELLUS, en op de Ontleedkunde, gevestigd, mij eindelijk het gewigt van dit onderwerp deeden zien, en met rede verwagten, dat mijne landslieden niet slegts zeer nieuwsgierig zijn zouden, maar het van hun eigen belang rekenen, om mijne beschouwingen over dit noodzaakelijk kleed van onzen voet zig ten nutte te kunnen maaken.
     Alle menschen onderwijlen hebben geene eene en zelfde gangwijze; de Vrouwen immers gaan, om de breedheid haarer heupen, geheel anders dan de Mannen; de Kinderen hebben, om de kortheid hunner beenen, van gelijken een verschillenden tred. De ouderdom toont het van zelve, het hoofd en het lighaam zakken voor over, de knien moeten zig krommen, en het zwaartens-punt moet noodwendig meer onder den wreef van den voet vallen. Eene hoog zwangere Vrouw draagt zig agterwaarts over, om het zwaartenspunt van haare vrugt, buiten den zwaartenslijn van haar eigen lighaam vallende, zoo naa mogelijk tot een te brengen; ook treedt zij dan meest op de hielen.
     Ondertusschen draagen onze nieuw-modensche jonge Dogters en Vrouwen niet alleen zeer hooge maar puntige

     Tall persons walk in a peculiar manner, and require, in consequence, shoes adapted to their step. Education has also considerable influence upon the shape of the food: a gentleman always turns out his toes, while a peasant as invariably turns them in. The celebrated M. André has fully discussed this subject, in his “Orthopédie,” pp. 254, 255. It is incontestable that the proper position of the feet is to have them turned out, and that this attitude contributes to the stability of the body when erect; because with the two feet we then form a sort of triangle, which gives all the security of the tripod. It is with justice, therefore, that in the dancing school the position of the toes turned in is designated the false position. Vide “Dictionnaire Encyclopédique,” vol. viii., Pl. I., figs. 9, 10, 11, 12, and 13.
     The above observations lead us to the conclusion that shoes which are not adapted to the foot of each individual are defective; and that a shoemaker who would excel in his art, and who desires to furnish his customers with a perfect article, ought to have an exact knowledge of every diversity of form, more especially if he wishes to prevent corns upon the joints and between the toes, inflammation of the roots of the nails (onychia), especially of the great toes, and painful callosities. He will prevent all these annoyances by giving a proper form to his shoes: the toes will not then be bent, the nails will not be compressed the joint of the great toe and the foot itself will no longer be subject to tumours and swellings, and the skin of the foot generally will be preserved from abrasion. I say further, if the shoemaker be intelligent, if he thoroughly understand his business, or have a clear conception of progression; if he can distinguish the natural from a faulty form of the foot, he will be enabled to correct any defect in his work, and preserve his customers from much torture, as well as save them from falls, bruises, and sprains. The evil results produced by ill-formed shoes, as now enumerated, must convince us of the importance of a radical reform in the manner in which they are at present made, and of the propriety of obtaining them of the best possible fashion.

6 Verhandeling over den besten Schoen,

hielen, die, om den voet nog kleiner te doen schijnen, geheel onder den wreef koomen. Het onbezonnen gemeen volgt die belagchelijke manier, uitgenoomen de Boerinnen, die zig veiliger steunen op schoenen die naar den aart van den gang geschikt zijn.
     Lange menschen moeten derhalven een verschillenden gang hebben, en een gansch anderen schoen vereischen, dan kleine.
     De opvoeding geeft geene mindere verandering, de teenen moeren verre naar buiten gedwongen worden bij een jonker, terwijl die naar binnen gezet worden door een Landman, en nog meer door een Schipper. De Beroemden ANDRÉ heeft in zijne Orthopedie, p. 254. 255. hier over zeer uitvoerig gehandeld. Het buitenwaarts zetten van den voet schijnt mij nogthans toe meerder stevigheid te geeven, om dat wij als dan op drie punten of in een triangel staan; het is om die rede dat men in de Dans-konst de binnenwaardsche plaatsing der voeten valsche voetstellingen noemt: Zie het Dict. Encyclop. Rec. De Planches, vol. III. Pl. I. fig. 9, 10, 11, 12, en 13.
     Alle Schoenen derhalven, die met den gang geene genoegzaame overeenkomst hebbe, zijn gebrekkig, en hier uit volgt vrij zeker, dat een bekwaam Meester Schoenmaaker eene grondige kennis behoort te hebben van die verschijdenheid, zal hij gelukkig slaagen om zijne kalanten geschikte schoenen tot den gang te bezorgen; en teffens voor te koomen, dat zij geene Exteroogen op de knokkels der teenen, of tussen beiden in, kreigen, geene wratten onder de nagels, voor al der groote teenen, welkers pijnelijkheid alles overtreft, geene kromme teenen, omgeboogene nagels, geene binnenwaardsche dikte aan de groote teenen, geene hielpijn, ontvelling enz.: is hij in de daad kundig, verstaat hij al wat tot zijne konst behoort, zoo zal hij, door het verbeteren der gebreken van den slegten schoen, zijne kalanten oogenblikkelijk ontheffen van dat smertelijk kruis: hij zal voorkoomen, dat zij zig niet verstuiken, de teenen mee stooten, niet struikelen, enz. Zoo

     My readers may, nevertheless, be surprised at finding a professor of medicine condescending to treat so humble a subject; but I flatter myself that their astonishment will cease if they peruse these pages; when they will be made aware of the immense amount of knowledge necessary to deal worthily with so important a subject. I would have them remember that the great Xenophon has not disdained to transmit to posterity judicious instructions as to the best manner of preserving the feet of the horse. A Duke of Newcastle, and other distinguished persons, have prided themselves upon their knowledge of the hoof of this animal, and have betstowed much study upon the iron shoe necessary. Our feet are certainly of as much value as those of that noble animal; and a proper charity begins at home. It is, then, to mankind that I devote my attention and care. I labour for the benefit of my fellow-creatures; and this motive, united with the example of the two great names I have cited above, gives dignity to my work, and justifies my exertions. I propose, in the first place, to consider scientifically, the foot, and our mode of progression; then to treat of shoes and boots, as worn by men, women, and children, an to enlarge upon their most proper form. The diseases and discomfort occasioned by ill-made shoes, with the means of prevention and cure, will occupy the concluding portion of this little treatise.

CHAPTER I.
—«»—
THE FOOT.

     It is not necessary to give here a minute anatomical description of the foot, which our readers may study for themselves in the magnificent works of Albinus, Cheselden, or Sue; but a brief account is indispensable to the clear understanding of the subsequent observations.

NOTE. — This little memoir may be considered as a supplement to my “Dissertation upon the Physical Education of Children,” published in Vol. vii. of the “Memoirs of the Academy of Haarlem.”

door den Heer PETRUS CAMPER. 7

uitgestrekt zijn de gevolgen van een slegten, zo groot, zo wezenlijk, en zoo gewigtig, die van den besten, Schoen!
     Daar zo groot een Generaal als Xenophon zig niet schaamt om over het behoud der paarden-voeten lessen na te laaten, daar een Hertog van Newcastle en veele anderen het zig eene eere rekenen de schoenen der paarden te kennen en te verbeteren, verwagt ik van het gezond oordeel van mijnen Leezer, dat hij zijne verwondering van zulk een gering schijnend onderwerp door mij verhandeld te zien, ter zijde zal stellen, en mij niet veroordeelen voor dat hij het geheele beloop van deze verhandeling geleezen en gezien zal hebben, hoe veele kundigheden ’er te zamen moesten loopen om dit gewigtig stuk na waarde te verhandelen!
     Eerstelijk zullen door mij de voet en de gang ontleed en wiskundig beschouwd worden; daarna zal ik den Schoen, deszelfs deelen en waare gedaante, betrachten; ook aantoonen welk een Schoen voor mans vrouwen en kinderen de beste zij? Eindelijk zullen alle de Ziektens uit slegte Schoenen gebooren onderzogt, en derzelver geneezing aangeweezen, worden.

EERSTE HOOFD-DEEL.
Over den Voet.

     §. I. Aangezien het niet volstrekt noodzaakelijk is den geheelen voet op eene uitvoerige wijze ontleedkundig te beschreiven, willen wij daar over onzen Leezer liever naar den Grooten ALBINUS, naar CHESELDEN, of naar SUE verwijzen: of zoo hij omtrent de taal bepaald is naar de afbeeldingen en beschreivingen van BIDLO en PALFYN. Om evenwel onze gedagten klaarer voor te draagen zal het noodig zijn een weinig daar van aan te haalen.
     Onze voet Fig. I. wordt gedeeld in den voet NE, den voorvoet ED, en de teenen DA. De voet is te zamen gesteld uit zeven beenderen, de voorvoet uit vijf. De teenen hebben ijder drie kootjes, uitgenoomen

     The foot (Fig. 1) is divided into three parts, of which the principal, N, E, is called the Tarsus; E, D, the Metatarsus; and D, A, the Toes. The tarsus is composed of seven bones; the metatarsus contrains five; and each of the toes consists of three small bones, except the great toe, which has but two. Beneath the articulation of the great toe, with the metatarsus, D, there are two small bones, K, which are called the Lenticular, or Sesamoïd bones, because of their resemblance to the seed of the plant Sesame, whence the ancient Greeks derived the name.
     The seven bones of the tarsus are capable of very little movement; those of the metatarsus have much more; and the bones of the toes are as mobile as those of the fingers. I remember seeing at Amsterdam, twenty-five years ago, a man who had, in place of arms, merely short immovable appendages, and who executed with his feet all those actions for which we employ our fingers. He could write, cut his own pens, fir a pistol, &c. The late Professor Roëll dissected these rudimentary arms, and made a demonstration of their anatomical deficiencies in my presence. Ulysses Aldrovandus has given several instances of this kind, in his “History of Deformities,” in chapter iv., upon deformities of the arms and hands: the cases there mentioned, of a woman who used her toes in place of her fingers, and of a certain Thomas Schnueiter, are very remarkable.
     The arrangement of the bones and muscles of the feet prove that we might make use of them in many ways, were those members not so entirely neglected, and rendered useless by shoes and boots, constructed, as it were, on purpose to destroy their mechanism.
     The ancient Greeks seem to have injured their feet by sandals, κρηπιδα or solea, as well as by shoes, υποδηγατα, or calceus, as appears from the works of Celsus, Paulus Ægineta, and others.
     The great toe is naturally shorter than the second toe, but not to the extent sometimes represented in ancient statues and the drawings of artists of the

8 Verhandeling over den besten Schoen,

den duim of grooten teen, die ’er slegts twee heeft; dog onder dien, en het been des voorvoets zijn twee groote zaad beenderen K., die langs diepe sleuven bewoogen worden.
     De beenderen van den voet laaten weinig beweeging toe, die van den voorvoet meerder, en de teenen kunnen zig natuurlijk zeer wel beweegen. Jaa zelfs zoo wel, dat mij heugt te Amsterdam over vijf-en-twintig Jaaren een Monster gezien te hebben, met genoegzaam geene armen, dat met zijne voeten alles deedt, ’t welke wij en anderen gewoon zijn met de handen te doen, gelijk schreiven, een penversnijden, een geweer afschieten enz. De weleer beroemde Hoogleeraar ROËL heeft het lighaam, althans de gebrekkige en kleine armtjes van het zelve, in mijn bijzijn ontleed. ULLISS. ALDROVANDUS geeft in zijne Hist. Monstrorum, Cap. IV. de prava conformatione brachiorum & manuum, p. 475. F–G. verscheidene dergelijke voorbeelden op, en ib. H. van eene Vrouwe, die alles met de voeten deedt ’t gene andere gewoon zijn met de handen te doen; vooral is het geval van THOMAS SCHUUEIHER en van andere zeer aanmerkelijk, ib. pag. 482 (a). De beenderen en spieren van den voet geeven ook allenzins te kennen, dat zij tot veele nuttige gebruiken zouden kunnen dienen, indien wij ze niet verwaarloosden van de geboorte af aan, althans in Europa, door het draagen van allerslegtst geschikste Schoenen.
     De Groote Teen is korter dan de volgende, en de overige worden ook iets korter, evenwel zoo, dat het verschil niet zoo groot is als het in de Schilderijen en Standbeelden, zelfs der Ouden, afgebeeld wordt. Het is mij toegescheenen, dat ook de Grieken hunne voeten door de zoolen, κρηπιδα, of Solea, bedorven, zoo wel als door den Schoen, υποδηγαμα, υποδηγστς, of calceus, gelijk blijken kan uit CELSUS, uit PAULUS, uit AËTIUS en anderer.

(a) Men vindt eenige soortgelijke Voorbeelden van eene zonderlinge bekendigheid met de Voeten in het Eerste Deel van het Kabinet, bladz. 57, der Nieuwe Uitvindingen, enz. aangetekend.

sixteenth century, who have, in sketching the foot, drawn it as of a lozenge form, much pointed in front.
     The shoes of both sexes are made upon the same principle — more or less pointed, according to the fashion of the time, but always in such a manner that the four smaller toes are closely pressed together and against the great toe, so that they frequently ride one over the other, for want of space.
     Not only the toes, but the five bones of the metatarsus, or instep, lose, from this cause, their form and mobility. The seven bones of the tarsus suffer less, but they are injured by the use of high heels, especially among women, as I shall prove in the succeeding chapters.
     If we consider the sole of the foot (Fig. 8), we shall see that the diagonal line of this supposed lozenge does not pass through its centre, but that the exterior portion, A, B, D, M, Fig. 8, considerably exceeds the interior, A, B, E, N.
     The Last on which the shoe is made having to serve for both feet, is, nevertheless, always shaped in such a manner that the two sides are nearly alike, so that the great toe, strong as it is, is forced towards the others, and sensibly turned in, which renders it much less useful in walking. This causes the large tumours, or bunions, that rise at D (Fig. 1), or at E, Fig. 8, from which we suffer cruelly when our shoes are too narrow, inflammations frequently resulting, which prevent our walking for some time. Fashion inflicts these agonies upon its votaries, and vanity stifles the expression of their sufferings.
     The sole of the foot is naturally so formed that on the inside we rest only upon the heel and the articulation of the bones of the instep with the toes and externally upon the tuberosity of the bone of the metatarsus, where it joins the little toe at A.
     All these parts touch the ground upon the line A, B, (Fig. 1). This line lengthens in walking; and it is the neglect of this lengthening by shoemakers that causes all the pain and disfigurement of our feet.

door den Heer PETRUS CAMPER. 9


     De voet is onderwijlen daarom van voren puntig afgebeeld, en door de Schilders, gelijk men bij de meesten, vooral bij C. VAN DE PAS en elders, zien kan, in een langwerpigen ruit getekend.
     Alle de Schoenen worden op die wijze gemaakt, het eene jaar wat puntiger dan het andere, dog altoos zoo, dat de vier teenen tot één, en digt tegens den grooten, en de beenderen van den voorvoet van gelijken naauw tot elkanderen, gedrukt worden.
     Aan de zeven beenderen van den voet kan niet veel kwaad gedaan worden, dan alleen door het onderbrengen van hooge hielen, voornaamelijk bij de Vrouwen, gelijk wij dit in het volgend Hoofddeel duidelijk zullen aantoonen.
     §. II. Zoo dra wij den bal van den Voet beschouwen, zullen wij klaarblijkelijk bevinden, dat de middellijn van den gewaanden ruit niet door het midden loopt, maar dat de buitenwaardsche zijde merkelijk grooter, en de binnenwaardsche kleiner is. De Leesten worden echter zoo gemaakt, dat die lijn vlak in het midden koomt, en dat een zelfde Leest, voor twee voeten moetende dienen, de teenen nog meer beknijpt, en den grooten teen zelven tegens den kleinen aandrukt, zoo dat ook die volstrekt scheef staat, en dus minder nuttig is in het gaan: hierdoor wordt een groote knokkel in D gebooren, die door naauwe schoenen gedrukt wordende zwelt, en de allerhevigste pijn veroorzaakt.
     §. III. De bal van den voet is natuurlijk zoo gesteld, dat wij op den hiel en grooten teen gaan, gelijk ook op de knokkels van den voorvoet, die met de teenen gemaakt worden: en zijdelings naar buiten op het uiterlijkste voor-voets been.
     Op den vlakken grond is dit alles in eenen rechten lijn, gelijk Fig. I. A – B. Dan deeze Lijn vergroot in het gaan zoo merkelijk, dat het verzuim daar van ons den meesten smert, en den voeten de allerslegste gedaante, geeft.

     In those who wear high heels, this line, A, B, is made to assume a concave form, as at B, V, T, U (Fig. 3), which occasions a multiplicity of evils, of which I will speak after I have fully described the structure of the foot.

CHAPTER II.
—«»—
BONES OF THE FOOT.

     If we examine the arrangement of the bones of the foot (Fig. 1), we see at a glance that the bone of the heel, N, M, I, touches the ground, as do also the lenticular bone, K, and the great toe, A, C, and that all these points fall upon the line A, B. The astragalus, R, M, I, which supports at R the whole weight of the body, is thus sustained by two oblique lines, R, B, R, A (Fig. 3), when there results, when we stand erect, or still more if we lift a wieght, a slight depression of the point R towards the ground, and the two points A and B recede slightly from each other. The line A, B, is thus lengthened, so that, did the hollow of the foot touch the ground, the lines R, B, and R, C, united, would equal B, X. It is, therefore, evident that a shoe which is an exact fit when we are seated, will pinch the foot cruelly between N, B, and A, O (Fig. 1), as soon as we attempt to stand in it, especially if the quarter does not yield backwards, which is partly opposed by the tie or buckle; although, in general, the heel does recede, when the shoe gets misshapen and trodden down.
     The change which takes place in the foot when we walk is of great importance: the great toe, A, K (Fig. 2),

10 Verhandeling over den besten Schoen,

     In de Vrouwen kreigt de vlakke lijn A – B Fig. 3, eene zeer holle gedaante B. p. C. en geeft gelegenheid tot honderderleije ongemakken, waar van wij in het vervolg, als het beengestel aan den dag gelegd is, handelen zullen.

TWEEDE HOOFD-DEEL.
Over het Beengestel van den Voet.

     §. I. Zoo draa wij het beengestel in de I. Fig. beschouwen, zullen wij zien dat het hielbeen NMI den grond raakt; gelijk ook het Zaadbeen K. en de groote teen AC for A.
     Het kootbeen, de geheele zwaarte van het lighaam in R draagende, wordt niet ondersteund, dan gelijk in Fig. 3 met twee schuinse lijnen RB. en RA., waar uit volgt, dat wij stilstaande, voor al als wij gewigten draagen, eene kleine inbuiging ondergaan, waardoor A en B. Fig. 3. van elkanderen trachten te wijken; dat is, waar door AB. langer wordt; en wanneer de inbuiging den grond konde raaken, de lijnen RB. Fig. 3. + RC zouden worden = B, X (b). Waar uit volgt: dat een Schoen net van passe gemaakt, als men dien zittende aantrekt, den voet tusschen de lijnen N, B. Fig. I. en AO. geweldig knelt: vooral wanneer het overleder en het kwartierstuk van agteren niet wijken kunnen; ’t welke bij den schoen door den gesp gedeeltelijk belet wordt; al hoewel echter bij de meesten de hiel van zelve over de hak van den Schoen henen wijkt.
     §. II. Van meerder belang is de verandering welke de voet in den gang ondergaat; want als wij voortgaan blijft de teen A, K. Fig. 2. op den grond,

(b) Het been gestel van 1, 2, 3, en 6. Fig. heb ik genoomen uit de III. Tab. Sceleti & Musculorum, van den Grooten ALBINUS, welke is ¼ van den levensgrooten Voet. Oss. Human. Tab. XXXII. Fig. I.

then rests upon the ground; the metatarsus, or instep, rises from b to B; and the line d, c, lengthens and extends to B, increasing the interval c, B, which is in this figure ¼ of an inch French measure, and, in consequence, a whole inch in nature.
     The three first and the sixth of the figures in my Plate are taken from the work of the great Albinus, upon the Skeleton and Muscles, and are one-quarter the natural size.
      The soles of our shoes and boots, which are generally made of the strongest leather, become, in consequence of this elongation of the foot, too short in proportion. The shoe then pinches the heel, and produces still worse effects upon all the toes, especially the great toe; for as the sole cannot yield from c to B, A yields towards c, and the great toe is bent as at f, forming the angle e, f, D, together with the rest of the toes. Thus are produced corns upon the joints, and other painful deformities of the feet.
     The faster we walk, the more will the sole be shortened, inasmuch as C, B, always continue proportioned to one another.
      It follows, therefore, that every boot and shoe ought to be 1/2 an inch or an inch longer than A, B, which is the exact length of the foot as the shoemaker measures it in repose. From habit or custom he usually adds a few lines; but this addition depends upon a mere guess, which is not founded upon any principle, as he is ignorant of the true elongation of the foot as I have proved it to exist.
      This elongation, indeed, is not the same in all persons, and it is consequently most necessary to take the measure of A, b, first, with the rule, and then with a strip of leather or cloth, from A, b, to B, when the foot is bent, as in Fig. 2, from b, B, to determine the length of sole necessary. The addition usually made by shoemakers is only 1/24 of the whole length of the foot, whereas it should be at least 1/12.

door den Heer PETRUS CAMPER. 11

de voorvoet draait opwaarts bij voorbeeld van X tot Y, Waardoor C, b, verlengd, en zoo vergroot wordt als cy, in deeze afbeelding ½ duim. Derhalven in een grooten voet van 12 duim lang 1 geheelen duim.
     Dan, de zool te hard zijnde van Leder om mede te geeven, wordt de schoen derhalven even zoo veel te klein, en knijpt bij de hiel: maar het doet eene gansch andere werking bij den grooten teen, en bij de overige naar evenredigheid. Vermits b, y. niet wijken kan, volgt dat a, ?, wijken moet, en dus moet de groote teen met den knokkel d in de hoogte, en eenen hoek maaken ?, d, ?. en zoo ook de anderen. Van daar koomen die wanstaltige teenen en pijnelijke likdoorns op de knokkels van alle de teenen.
     Hoe wij nu losser, vlugger, en rasser gaan, hoe de zool meer te kort zal schieren.
     Het is om die rede dat een schoen ten weinigsten 1 duim, althans 1/12, langer zijn moet dan de rechte grondlijn A – B, welke alleen gemeeten wordt door den schoenmaaker; en of schoon hij ’er naa de sleur een of meer streeken bij voegt, zoo blijft dit steets eene gissing, alzoo hij volstrekt onkundig is van de waare verlenging van den voet, zoo als dezelve hier aangetoond is.
     Het is ook zeker, dat in alle menschen deeze verlenging hier even lang zal zijn; het is derhalven noodzaakelijk, dat de maat eerst genoomen worde met een rechten maat A B, en daar naa met een lederen lint, als de voet geboogen is gelijk in Fig. 2. van c tot y. om die lengte juist te bepaalen.
     Een steek is ¼ van een Rhijnlandschen duim, een weinig meerder dan ¼ van een Frieschen, of Overysselschen duim: want 12/4 duimenm maaken 13 steeken.
     De twee steeken maaken derhalven slegts 1/24 van den voet, daar de verlenging der zool 1/42 zijn moest.

     If we examine the feet of persons shod according to the present fashion of high heels, we shall perceive that they do not rest upon the ground in the line A, B (Fig. 3), but that they describe the curved line B, V, T, a, because of the height of the heel, V, S; and as the weight of the whole body rests upon V, S, the instep suffers in consequence. The foot is thus no longer of the natural length, B, A, but of d, a, b, having lost the length of the line W, a; that is to say, 2/3 of the height of the heel, V, S. The instep is thus made more convex, more rounded, which is esteemed a peculiar beauty, and the foot not only appears, but is actually rendered smaller.
     Curvature of the foot to this extent cannot be effected without submitting the bones composing it to considerable changes, influencing chiefly those of the tarsus, especially the heel-bone and the head of the astragalus, H and L.
     It is more than probably that in those persons whose feet have not been distorted by the use of high heels, the heel-bone receives the anterior part of the astragalus (H, Fig. 1) upon the eminence M, L, which is then divided into two small sinuses (E and F, Fig. 4), separated by a space, K. Very frequently, however, we find but one sinus, as at E, F, Fig. 5. We naturally inquire which of these formations is the natural one.
      The celebrated Vesalius has distinctly represented and described these two sinuses or depressions.
     Albinus mentions them particularly in his smaller work upon the Bones, but in the illustrations to his work on the Skeleton, he has represented one only. Winslow mentions but one; and Sue, in his engravings illustrative of the works of Monro, gives one only. Bidloo shows two in his drawing of the heel-bone, Pl. 105 of his work on Anatomy.

12 Verhandeling over den besten Schoen,

     §. III. Wanneer wij nu den voet van onze nieuw-modensche Juffers beschouwen, zullen wij bevinden dat die niet staat op een vlakken lijn A B. Fig. 3. maar door de ondergebragte hiel p. p., op welkers agterste gedeelte p. B. het hielbeen rust, de gedaante kreigt van P. ?, ?., vooral in den voorvoet; zoo dat nu de voet niet langer den vollen maat B A houdt, maar van b, a., zijnde dus korter geworden als Z, a. dat is 2/3 van den hiel of B, b.
     De wreef is dus veel ronder, en, ’t gene voor eene zonderlinge fraaiheid gehouden wordt, de voet schijnt niet alleen veel kleiner, maar is ook waarlijk zoo.
     §. IV. Dog die boog kan zoo sterk niet worden gespannen, of de beenderen van den voorvoet moeten eene groote verandering ondergaan, vooral in het koot- en hiel-been.
     Het is zeer waarschijnelijk, dat bij de meeste mannen en vrouwen voeten, wanneer zij door de hooge hakken niet bedorven zijn, het hielbeen het uitsteekend deel des kootbeens Q Fig. I. ontfangt met het uitgeholde uitsteekzel F, ’t welke dan dubbel is, gelijk in Fig. 4. E, en F, hebbende eene tusschenruimte K. Onderwijlen gebeurt het niet zeldzaam, dat ’er slegts eene enkele holte is gelijk in Fig. 5. E F. De vraage is hoe behoort het natuurlijk te zijn?
     De Groote VESALIUS de C. H. F. Lib. I. Cap. 33. Fig. 7. 8. en 9. heeft die beide holtens zeer duidelijk afgetekend, en beschreeven. Ook heeft ALBINUS in zijn klein Boek de Ossibus, deze beide zeer net uitgelegd, en VESALIUS opgehelderd §. 215. Dan, in zijn Boek de Sceleto pag. 303. heeft hij slegts eene holte, gelijk die in onze Fig. 5., beschreeven: ook heeft hij de afbeelding overeenkomstig gegeeven Tab. XXIX. Fig. 2. en 6. Men zou hier uit ligt konnen afmeeten, als of het altoos zoo was? Dog ALBINUS heeft slegts uit een enkel, en wel hetzelfde geraamte, alle de beenderen laaten tekenen, en dus bewijst het niet veel. Evenwel is het zonderling, dat WINSLOW, Traite des

     It appears to me very probable, then, that these sinuses become united from the pressure to which they are subjected by high heels, causing the obliteration of the division K.
      I possess the heel-bones of a new-born infant and of a child of two years of age, in both of which the two sinuses are distinctly marked. Albinus has represented them double, in his draings of the bones of children. It is therefore evident that they are frequently, and probably more often, double than single, though I have always found them united in the feet of those accustomed to wear high heels.
      In the skeleton of a lame man in my possession, the sinuses are united in the heel-bone of the lame leg. In that of the right, which was the healthy side, they are distinct. The reason of this is, that in this man the lame leg was, as in the case of persons wearing high heels, supported solely by the toes.
      The head of the astragalus (H, Fig. 3) in the feet of those who wear heels, is bent downwards, and this happens most easily to young persons, in whose feet the neck of the astragalus is still entirely cartilaginous. The navicular and cuneiform bones are also affected; and the worst result of this is, that the surfaces of these bones, and of those of the metatarsus which are in contact with them, are considerably diminished, and so distorted from their natural position, that they can never be restored to it. This is the reason why those who have been long accustomed to wear high heels suffer great pain in the calf of the leg, when compelled to move bare-footed or in low-heeled shoes, the muscles of this part, gastrocnemius cum soleo, which form the tendon Achilles, being incapable of enduring the unaccustomed stretching.

door den Heer PETRUS CAMPER. 13

Os Secs. § 901. mede slegts eene holte beschreift, en de Heer SUE, in zijne kostbaare Plaaten over MONRO, Tab. XXV. Fig. I. B. B. mede eene holte afbeeldt, ofschoon MONRO zelf die beide ib. p. 295. beschreeven heeft. Onderwijlen heeft ’er BIDLO, Tab. 105. van gelijken twee aangeduid.
     Zoodat het mij als nog twijffelachtig voorkoomt, en zelfs waarschijnelijk, dat die twee holtens door de Schoenen en hielen te zaamen in eenvloeien.
     In mijne Verzaameling bewaare ik een hielbeen van een eerstgebooren kind, waar in die twee holtens zeer duidelijk zijn; nog een hielbeen van een kind van omtrent twee jaar, ’t welke mede twee zulke holtens heeft. ALBINUS heeft in zijne fraaije afbeeldingen van kinderbeenderen Tab. XII. Fig. 81. d, e. dezelve van gelijken dubbeld vertoond en beschreeven. Niets is derhalven duidelijker dan dat zij even dikwijls, zoo niet meermaalen, dubbeld zijn, uitgenoomen in vrouwen voeten, waarin ik ze altoos enkel gevonden heb; en geen wonder! daar alle zeer weinig uitgezonderd hoogere hielen draagen, althans van een duim, zoo niet meer.
     §. V. Het smert mij slegts het beengestel der voeten van één enkelen manken man te bezitten: van heup- en dije-beenderen heb ik eene zeer groote menigte verzameld, niet voorziende het nut omtrent deeze zonderlinge gesteldheid van het hielbeen in dezelve.
     In dien enkelen dan was het flinker dijebeen ontheupt, en de voorzienige Natuur hadt eene nieuwe holligheid, of pan, gemaakt om het ontwrigte hoofd te konnen ontfangen [last word handwritten].
     De beide holtens van het hielbeen zijn aan de manke zijde in eengeloopen, even als in Fig. 5. Die van het rechter hielbeen zijn nog van een gezonderd. De rede der in een smelting is waarschijnelijk, omdat het verkorte been in de manken even als bij de Vrouwen, die hooge hielen draagen, op de teenen gesteund wordt.

     All that we have stated is as applicable to women as to men: in them the great toe becomes bent towards p, precisely as in men; and the higher the heels, the greater will be the distortion, — the centre of gravity, R, acting more and more in the line R, a; and the higher the heel and the smaller the sole, the greater becomes the risk of falls and sprains. Of this truth we have daily experience; and it will be found that all pedestrians and persons obliged to be much im motion prefer low-heeled shoes.
      The celebrated André, in his excellent “Traité d’Orthopédie,” remarks that high heels are very apt to induce curvature of the spine in young girls, who ought nver to be allowed to wear them before the age of fifteen. He adds, that tight shoes or boots ought to be considered as highly prejudicial to the figure, as in consequence of, and to avoid the pain and inconvenience they cause, young girls will frequently twist their bodies into constrained and unnatural attitudes. Similar results are produced in men who wear heels of an extravagant height.

14 Verhandeling over den besten Schoen,


     §. VI. Het hoofd van het kootbeen Q Fig. 3. wordt nederwaarts geboogen, hetwelk te gemakkelijker geschiedt omdat reets aan de meisjes nog zeer jong zijnde hooge hakken gegeeven worden, terwijl de hals van den koot nog geheel kraakbeenig is. Het schuits-wijzebeen zinkt mede, en dan volgt het groote Wiggebeen.
     Het flimste is dat de oppervlaktens, die elkanderen raaken, tusschen deeze beenderen en die van den voorvoet, hierdoor zoo verminderen, en verwennen, van daar naa niet weder recht geboogen, dat is in de lijn B A gebragt, te kunnen worden.
     Het is daarom zeer pijnelijk voor de Vrouwen, als zij op de koussen of op de bloote voeten moeten gaan, naa langen tijd hooge hielen gedraagen te hebben.
     §. VII. Onderwijlen gebeurt de Vrouwen nog in de gang hetzelfde als wij in §. II. van dit hoofd-deel bij de Mannen beweezen hebben te geschieden; en de teen wordt mede krom in d. even als bij de Mannen.
     De Vrouwen gaan liefst op muilen, omdat zij dan van de verkorting der zool minder ongemak hebben, men ziet dit vooral onder het gemeen plaats hebben.
     De hooge hiel maakt nog dat het zwaartens punt in P. niet gehouden nog gesteund wordende door het zijdelijksche deel des voets, nu geheel werkt in den schuinschen lijn P. a., waardoor de teenen nog meer krommen dan bij de Mannen, of bij zulke Vrouwen die platte hielen of poleveijen draagen.
     Hier uit moet volgen dat de Vrouwen om de hooge hielen minder vast staan, en, omdat zij de hielen zoo diep onder den voet, en de polevei zoo klein hebben, dikwijls zijdelings moeten zwikken, gelijk voorzeker al te veel gebeurt.
     De Vermaarde ANDRY, merkt ook op in zijne

      As the leg rests on the foot, and the centre of gravity acts in a line perpendicularly, a line designated by Borelli linea propensionis, and represented by R, S, in Figs. 3 and 6, it follows that this line ought always to be observed. The heels, B, T, b, Fig. 6, must be advanced under the foot beyond the line R, S, and in length ought to be at least a quarter of that of the foot.
     When the heels are made smaller, i.e. when they do not reach to R, S, but only as far as V, Y, they do not support the centre of gravity, — the sole of the shoe is then subjected to considerable strain, and the heel receding, soon becomes detached from the sole at T, V.
      Formerly, when women wore high wooden heels, much sloped both in front and behind, so as to finish in a narrow point, S, Fig. 3, it was found that if the heel was placed too far forward, as at Z, the foot fell back; if it were placed too far back, as at b, it caused insupportable pain in the toes. This is an additional proof that the heel ought always to be so placed as to support the centre of gravity represented by the line R, S, Fig. 3.

door den Heer PETRUS CAMPER. 15

Orthopedie Tome. I. p. 68. dat de hooge hielen de leest der jonge Juffers doet krommen, en dat zij daarom voor de vijftien Jaaren geene hooge hakken behoorden te draagen.
     Hij zegt ook dat Schoenen, die te naauw zijn aan de leest, mede schade doen, voor zoo verre zij smert veroorzaaken, en dat de meisjens om dit te ontgaan het lighaam allerleije wegen draaien. ibid.
     In de Mannen, die hooge hakken draagen, moet noodwendig het zelfde plaats hebben.
     §. VIII. Aangezien onze schenkels op den voet steunen, en het zwaartenspunt van het geheele lighaam werkt in de loodlijn, welke BORRELLUS linea propensionis, of lijn van zwaarte, noemt langs P. p. zoo behoort dit punt op den grond altoos gesteund te worden.
     Waaruit ten klaarsten blijkt, dat, gelijk in Fig. 6., de hak of polevei B. M, m, b. dieper moet schieten dan p., en ten weinigsten ¼ zijn moet van den voet.
     Wordt de hak korter gemaakt, gelijk nu bij de jonge Heeren gebruikelijk is, dat is wordt B. N. n, b., zoo treedt de voet door, en de hak schiet agter uit, of gaat spoedig los bij N. n.
     §. IX. Bij de Vrouwen wordt het hout van den hak agter en voor hol niegesneeden, en puntig gemaakt, gelijk in Fig. 3. B. p. S. p. R.; het is echter noodzaakelijk dat de zwaartens-lijn P. p. gedraagen, of liever gesteund, worde in de middelijnm van de hak.
      Zij staan agter over, wanneer de hak te veel voorwaarts naar C. geplaatst wordt, en hebben onlijdelijke pijn in de teenen, wanneer hij te verre naar agter gesteld is.
      De hak onder den schoen of muil van eene Vrouw, hoe klein die ook van poleveije wezen mag, moet

     High heels have a further most serious inconvenience for females approaching the term of their pregnancy. To maintain the erect position, females in this interesting situation are compelled to carry the head and shoulders backwards, when the spinal column becomes relatively more curved and hollow inferiorly, and the pelvis or haunches more straight, inasmuch as the lumbar vertebræ, where they are connected with the os sacrum, which forms the posterior part of the pelvis, are pushed forward into or over this cavity. The head of the child, which has to pass through the strait of the pelvis, is then more or less impeded at the best, and is often so thoroughly wedged and obstructed there, that it has to be brought down with instruments, which, however well contrived, must always accomplish the end of their application with force, that may readily prove hurful to the mother or the child, if not perchance to both.
     I am intimately persuaded that the custom of wearing high heels, solely intended to give height to the figure, especially of the fair sex, is the cause of many difficult labours, more particularly among the wealthy. Women in the lower ranks of life do not suffer in the same way, escaping mainly, as I apprehend, from the habit of wearing low-heeled boots and shoes.
      The centre of gravity of the whole body is displaced by unreasonably high heels. It no longer coincides with the centre of movement, but is raised in proportion to the height of the heels. Persons so shod must, therefore, walk less securely; they are more apt to fall and sprain the ankle; and thus, I believe, are caused many cases of fracture of the patella, or knee-cap, which, common enough among women at Amsterdam, happens very rarely to men; unless, indeed, it be among the porters, who mount the stairs of the warehouses, charged with heavy burthens. The curious may find a full account of many accidents caused by thus disturbing the centre of gravity of the body in my “Mémoire sur l’Education Physique des Enfans,” printed in the "“Mem. de l’Acad. de Haarlem,” tom. vii.; and all that concerns fracture of the patella in my Latin dissertation “De Patella fracta,” published in 1754.

16 Verhandeling over den besten Schoen,

derhalven de zwaartens lijn, als zij staat, in zijn midden ontfangen, zoo als die afgebeeld is in Fig. 3. p. p.
      §. X. De hooge hak heeft bij de vrouwen nog dit ongelukkig gevolg, dat zij om recht te staan de lenden wervelen doet inwaarts buigen, en derzelver vereeniging met het heilig been inwaarts schieten: en derhalven het bekken vernaauwen, ’t welke teffens gelegenheid geeft tot de moeijelijke verlossingen en geklemde hoofden, die nu meer dan te voren, en in de steden veel menigvuldiger dan op het platte land, voorvallen.
      §. XI. Met de verhooging des lighaams door den hak, wordt ook het zwartens punt van het geheele lighaam verhoogd, en boven het midden punt van beweging gebragt: waardoor de Vrouwen, even als wij in de Verhandeling over het bestier der Kinderen aangetoond hebben oorzaak te zijn van haar dikwils vallen, geduurig zwikken, en geneigdheid tot vallen hebben, te meer om dat zij niet vast staan. Het is meer dan waarschijnelijk, dat zij om die zelfde rede zeer dikwijls den knieschijf breeken; dit is immers zeker, dat dit toeval zeldzaam den Mannen en dikwerf de Vrouwen over koomt. Wij moeten echter de koorndraagers, voor al te Amsterdam, uitzonderen, omdat die door het opstijgen van veele trappen met die zwaarte ligt tot dat ongemak vervallen. Ik heb over dit ongemak in mijne Verhandeling de Patella Fracta, over den gebrooken knieschijf, zeer uitvoerig gehandeld.

DERDE HOOFD-DEEL.
Over den Bal van den Voet.

      §. I. De Bal van den voet is doorgaans zoo gevormd als ik hem afgebeeld hebbe in de agtste figuur: het begin der teenen E, D. tot B. of F E. is een derde; dog daar in koomen de Schilders geheel niet overeen; want ofschoon ALB. DURER daar aan mede

CHAPTER III.
—«»—
OF THE SOLE OF THE FOOT.

     The sole of the foot is generally of the form represented in Fig. 8; the part comprising the toes, E, D, B, in F, E, occupying about one-third of the whole length of the foot; although on this matter painters are not generally agreed among themselves. Occasionally they even neglect their own rules; for Albert Durer, who adopts the proportion of a third in his first book “On the Proportions of the Human Figure,” page 55, makes it two-sevenths on page 22.
     Jean de Wit, who painted so exquisitely in grisaille, has published a very worthless book on the Human Proportions, which the Dutch follow for want of a better guide; and, indeed, there is nothing satisfactory, since the time of Durer. In the profile of the man, Pl. III., De Wit has given more than a third of the foot to the toes; but in that of the woman, which is a bad copy of the Venus de Medicis, he has given an accurate third, as Durer has done. In the drawing of the Venus in vol. iii. of the “Pl. du Dictionnaire Encyclopédique,” Pl. 39, Fig. 9, we find two-sevenths for the toes. In the figure of the Antinous, again, Pl. 34, Figs. 9 and 10, the proportion is one-third.
      The toes are naturally all parallel to the diameter A, B, as I have represented them in Fig. 8, which is the outline of a foot that has not been distorted by ill-made shoes. Albert Durer, however, who seems only to have seen feet deformed by ill-treatment, gives the toes an oblique direction (Ib. p. 55); as if nature were bound to follow our absurd caprices.

door den Heer PETRUS CAMPER. 17

gaf in zijn I. Boek over de proportie des Menschen. bladz. 55., heeft hij het 5/7 gemaakt bladz. 22.
     JACOB DE WIT, die zoo toverachtig in het Graauw schilderde, heeft een tekenboek der Proportien uitgegeeven, ’t welke zeer verre af is van eenige verdiensten te hebben. Evenwel moet het tot mijn leedwezen den Nederlanderen dienen! Op N°. III. heeft hij, in de zijdelingsche Tekening van den Man, die afdeeling grooter genoomen, dog in het Vrouwenbeeld naar de Grieksche Venus gevolgd 1/3, even als ALB. DURER, terwijl de afbeelding dier Venus in het III. Deel der Desseins du Dict. Enciclop. Pl. 38. Fig. 9. aan deze afdeeling de lengte geeft van 2/7, aan den Antinöus Pl. 34. Fig. 9 en 10 1/3. In den Hercules van Farnese is dit deel nog grooter; bij mijnen voet verschilt het niet van 1/3.
     §. II. De teenen staan altoos natuurlijk evenwijdig aan de middenlijn, zoo als ik die afgetekend hebbe in de 8. Figuur, namelijk in een voet die door den schoen niet bedorven is. ALB. DURER, die niet dan verwaarloosde voeten schijnt gezien te hebben, bragt opzettelijk hunne strekking in schuinsche lijnen ib. pag. 55, even als of de Natuur onze belaggelijke dwaalingen blindelings verplicht was te volgen?
     In alle voeten is de Teen, die op den duim volgt, dat is de tweede in Rang, de langste en steekt een weinig buiten den grooten teen uit; dog door den Schoen wordt die teen en schuins en teffens inwaarts gedrukt; om welke rede ALB. DURER niet alleen, maar ook J. DE WIT, en zelfs de groote ALBINUS, dien inwaarts afgebeeld heeft.
     In den Hercules van Farnese, in den Antinöus, in den Apollo, in den Gladiator, en in de Venus, ziet men de waare Natuur allerheiligst gevolgd.
     ALBINUS, of liever WANDELAAR, heeft in zijne 32 en 33 plaat over de Beenderen van gelijken de bedorvene gedaante van den voet zonder nadenken

      In all feet the second toe, or one next the great toe, is longer than the others, and also a little raised above them; but a short shoe forces this toe back, and at the same time causes it to take an oblique direction; and this is the reason why not only Albert Durer and De Wit, but the great Albinus, have represented it as deformed and thrust inwards. They have fallen into this error, because they have neglected the study of the antique. We may instance the Farnese Hercules, the Antinous, the Gladiator, and the Venus de Medicis, as copies of undistorted and natural beauty. Vesalius, Genga, and Sue, have followed nature correctly. There is no doubt that the second toe, Z, Fig. 8, ought always to be longer than the great toe, F. The ancients, whose feet were not so distorted by the simple sole or sandal, always represent it thus in all their statues, as do also those modern artists who have been most attentive to natural beauty. I may instance the exquisite wood engravings of Vesalius, and the etchings of Genga and Sue.
      The Dutch peasantry are in the habit of making a differently-shaped shoe for each foot, that is to say, they always make the sole right and left. They cut it of the form, A, M, D, K, B, I, E, Q, N, A, Fig. 8, which is most sensible, as it agrees exactly with the natural form of our feet. Sabots, which were probably the first shoes invented, are always made upon the same principles.

18 Verhandeling over den besten Schoen,

gevolgd, en den tweeden teen korter gemaakt dan den duim of grooten teen, zoo als wij dien gevolgd hebben in Figuur I.
     Wij durven niets zeggen van de 105 Plaat van BIDLO, omdat die afbeeldingen wegens haare gebrekkelijkheid niet tot een voorbeeld, en nog veel minder tot een bewijs, konnen dienen.
     De 29 Tafel van CHESELDEN heeft den zelfden faal. Het is VESALIUS die de echtheid der Natuur wel heeft afgebeeld pag. 173. Edit. Oper. BERNARDO GENGA in zijne Anatomio per uso & intelligenza del disegno is hem gevolgd, gelijk in de IX. Tavola te zien is. De Heer SUE heeft mede het zelfde in zijne 24 Plaat Fig. 2 en 3. waargenoomen. Het is derhalven ontegenzeggelijk dat de tweede teen Z. Fig. 8. langer zijn moet dan de groote T, overmits de Ouden, welker voeten door het draagen van enkele zoolen in de lengte niet wierden bedorven, die schikking in alle hunne Standbeelden opgemerken afgebeeld hebben, gelijk ook alle die konstenaars, welke het meest voorvallende, als het schoonste der Natuur, hebben in acht genoomen, gelijk in de schoone houtsneeden van VESALIUS, in die van GENGA, en van SUE gezien kan worden.
     BIDLO, CHESELDEN, en ALBINUS hebben, gelijk wij te voren reets aanmerkten, de gebrekkige en bedorvene natuur gevolgd.
     §. III. In veele boerendorpen van Holland maaken nog heden de schoenmaakers voor ijderen voet een bijzonderen schoen, dat is een Rechtschen en een Linkschen schoen, en snijden de zool, gelijk A, M, D, K, B, Z, T, E, N, ?. Fig. 8., ’t gene zeer prijsselijk, en ten uitersten overeenkomstig is met de natuurlijke gesteldheid van onzen voet.
     De Holtzblokken, waarschijnelijk de eerste Schoenen die gedraagen zijn, worden nog op dezen dag met die voorzorge gemaakt. Waarom volgt men

     There is an old and most unreasonable custom of making the shoes for both feet alike, from one and the same last, with the additional absurdity of giving the sole a certain arbitrary from, as at A, O, D, S, B, R, E, N, Fig. 8. This produces the most deplorable consequences: the great toe is pushed violently in the direction E, R, B, and the little toe towards D, S, B; the other toes are forced to encroach one upon the other, and exchange their cylindrical for a quandrangular form. Secondly, the foot is pushed beyond the sole, A, O, D, as far as A, M, D, and the joint of the great toe swells, and is distorted from its natural position at E. Another disadvantage is, the uneven way in which young persons thus shod wear their shoes: the heel treads over the sole, either to the inside or the outside, because the diagonal of the motion of the foot no longer coincides with that of the shoe; and all these particulars are immensely increased when high heels are worn.
     I think I have thus proved that shoes made upon the same last for both feet must cause distortion; that changing the shoes from one foot to the other cannot remedy the defects of the soles; and that we thus cripple ourselves, and render our feet useless for many other purposes besides easy walking. Their formation, which is but a modification of that of the hands, clearly proves this. J. Ketel, one of our most celebrated portrait-painters, painted first with his hands and afterwards with his feet and toes. And in North Holland, I have heard of a girl born without arms, who did all kinds of work with her toes.*

* Miss Biffin, a celebrated miniature painter of London, who died at Liverpool, October, 1850, executed all her works with her toes, being destitute of arms. The Chinese and Hindoos will pick up the smallest objects, such as pins and needles, with their toes, if their hands happen to be occupied. — Translator.

door den Heer PETRUS CAMPER. 19

deeze goede manier dan in de Steden niet? Een langduurig gebruik, geketend aan eenen valschen zwier, heeft ingevoerd dat de Schoenen, hoe zeer de voeten van wederzijden verschillen, om de gelijkvormigheids wille, op ééne en de zelfde leest gemaakt moeten worden, waarvan de gedaante doorgaans is als ?, O, D, B, R , E, Q, N, A. Fig. 8.
     Misschien is het te moeielijk eene leest rechts en slinks evenredig, en gelijkvormig, te maaken?
     Deeze belaggelijke dwaasheid geeft onderwijlen gelegenheid tot zeer veele elendige gevolgen. Vooreerst wordt de groote teen binnen E, R, B, en de kleine binnen D, S, B, gedwongen; En derhalven verkreigen de drie anderen, door sterk op een gepakt te zijn, in plaats van eene ronde, eene vierkante gedaante. Dikwijls worden ze op en over elkander benen gedrukt; en zie daar de slegte en verderfelijke gevolgen van zulk eene Zool!
     Ten tweeden werkt de voet A, M, D, O, buiten de Zool A, O, D, terwijl des grooten teens knokkel verdikt en uitwaarts wordt gebragt naar E.
     Ten derden, veroorzaakt zij, dat de jonge lieden den Schoen dikwerf geheel scheef afslijten; de hiel van den voet glijdt alsdan binnen- of buiten-waarts, aangezien de middellijn der beweeging van den voet niet langer strookt met dien van den Schoen; vooral wanneer de hakken te hoog zijn.
     §. IV. Uit de voorbeweezen bespiegelingen volgt wijders,
     1°. Dat nimmer een zelfde Schoen aan beide de voeten kan passen, met behoud van ’s menschen Voets gedaante.
     2°. Dat het omkeeren der Schoenen het gebrek van de Zool op geenerleije wijze kan voorkoomen.
     3°. Dat, indien dit al waar was, de teenen altoos bedorven, en onnut gemaakt worden tot een vaard en

CHAPTER IV.
—«»—
OF WALKING IN GENERAL.

     The erect position being a necessary prelude to walking progression, it may be well, in discussing this subject, to look to what the celebrated Borelli has left us in his excellent work on the Animal Motions.*
     Our principal business being to explain the manner in which we raise our feet from the ground in walking, we may turn to Fig. 9, where A, C, B represents the length of the leg and foot, turning upon the hip-joint at A. C indicates the knee. Let us imagine that a man standing on his right foot begins to walk along the street, G, F, it is certain that if there should be a stone, E, B, at B, he will strike his foot against it; but if the heel of the shoe should be of the height E, B, the centre of movement at the hip being thus raised to D, he will avoid it, because the foot will pass from H to I. It may therefore be concluded that high heels may be of some service to those who have to walk much on stony ground, or who live in cities, the streets of which are unevenly paved; inasmuch as where the whole sole is flat and without heel, the points of the toes will be more apt to come in contact with the inequalities. This was probably the reason why, in the olden times, shoes were made with the points turned up, — a fashion which still prevails, indeed, where sabots or wooden shoes are worn.

* Borelli “De Motu Animalium.” 4to. Rom, 1680.

20 Verhandeling over den besten Schoen,

gang niet alleen, maar tot het uitvoeren van veelerleije andere oeffeningen; dat is om den voet als eene hand te gebruiken, waartoe hij anders wel geschikt schijnt.
     Wij hebben die geschiktheid klaarblijkelijk gemaakt uit het voorbeeld van het monster zonder armen, en uit Uliss. Aldrovandus; ik meene dat in Noordholland een dergelijk gebrek gebeurd is aan een Meisje, welke den voet even als eene hand tot allerleije handwerken gebruikte. Ook is niemand onzer zoo onervaren in de Levensbedrijven van Onze Konstenaars, van niet te weeten dat de beroemde Konstschilder J. KETEL met de vingers van de hand eerst, daarnaa met zijne voeten en teenen, geschilderd, en welgelijkende afbeeldzels van verscheidene menschen konstig gemaakt heeft? Men behoeft slegts het Schilderboek van Hoogstraaten en Houbraaken naarteslaan, om ’er zig van te overtuigen.(c)

VIERDE HOOFD-DEEL.
Over den gang in het algemeen.

     §. I. Eer wij van den gang konnen handelen zouden wij eerst moeten aantoonen hoe een mensch overeijnde stont, en derhalven alle de schoone bespiegelingen van den weleer Beroemden, en om zijne uitmuntende verdiensten Onsterfelijken, JOH. ALPH. BORELLUS, gegeeven in zijn voortreffelijk Boek de Motu Animalium, voor al de 135. 137. en 138. voorstelling, moeten nagaan, vervolgens den aart van den gang moeten aanwijzen, welken BORELLUS onvergelijkelijk wel heeft uitgelegd in het XIX. Hoofd., de 155. tot de 161. voorstelling ingeslooten.
      Wij hebben alleenlijk te doen met het opligten der voeten, en konnen bij Fig. 9. door ACB verstaan de middellijn van het geheele been, draaijende bij A. in den pan van het heupenbeen; C. de knie zijnde.

(c) Vergelijk hier mede § I. van het Eerste Hoofddeel, en de Noot aldaar.

     It seems clear that we are more liable to knock our toes against the stones as we move more quickly; whence it follows that one who only walks leisurely in his garden, and is borne from house to house seated in a carriage, may wear the kind of shoe he likes; but the pedestrian from necessity, need not imitate the great in this.
      Thick cork soles have been proposed, but have never been much in vogue; for they are extremely incommodious in walking, by reason of their thickness; and then cork does not keep out the wet, and snow penetrates and fills its pores, so that in winter it is especially objectionable.
      Returning to the former fashion of turning up the point of the shoe, I may be permitted to refer to the custom which still obtains in the South of France of turning up the tips of the shoes of mules, with a view to keeping them clear of the loose stones and asperities of the road, and to our own practice of bending up the front of our skate-irons, that we may not butt against and be caught by every little roughness and inequality of the ice.

door den Heer PETRUS CAMPER. 21

     Stel, dat een mensch, op zijn Rechtervoet staande, vervolgens langs de straat G. F. voortgaat, zoo is het zeker, wanneer ’er een steen E B ligt, dat hij ’er met den teen tegens aan zal stooten; Ofwel, wanneer de steenen zoo hoog uitsteeken als EB.
     En, integendeel, wanneer hij hakken onder de schoenen heeft zoo hoog als EB, dat alsdan het draaipunt van het been rijst van A.in D., in welk geval hij den voet beweegende van H. in I. ’er over henen gaat zonder te raaken aan E.
     Waar uit klaarblijkelijk volgt, dat hij hakken noodig heeft, hooger naar maate de steenen der straaten, daar hij verkeeren moet, ongelijker en hobbeliger zijn.
     §. II. Wanneer nu in deeze gevallen de zoolen volmaakt recht of plat zijn, zal men eerder den teen stooten, dan wanneer de neus vr een weinig opgewipt is. Wel eer pleeg men dit altoos te doen, ook zijn de Holtzblokken immer met die voorzorge gemaakt, om het stooten te ontgaan.
     Hoe men nu schielijker gaat, hoe men eerder en meerder gevaar loopt zig te stooten; waar uit volgt, dat iemand, die slegts in zijn huijs gaat, of in zijn tuijn, en vervolgens in eens anders huijs met de koets gebragt wordt, en derhalven meestal staat, of zig even verplaatst, alle zoodanige platte schoenen kan draagen als hij wil: En dat men verkeerdelijk die manier der Grooten in den Burgerstaat heeft ingevoerd.
     Men kan hier uit ligt opmaaken, waarom de schoenen met kurken zoolen zo weinig in gebruik zijn: naamelijk omdat zo ongeschikt zijn om te gaan, en alleen Rijke Lieden om die reden passen.
     Kurk behalven dat trekt vogtigheid naar zig; in sneeuw zijn ze om die rede van zeer weinig nut.
     Indien men mij niet kwalijk duijdt van Dieren een voorbeeld te neemen, kan ik zeggen opgemerkt te hebben, dat men in het zuijdelijke gedeelte van Frankrijk,

     These considerations being inferences from the physics of progressive motion, may be taken as general rules, and are of course only applicable where foot-gear of the kind described is worn.
      The wealthy walk (as we have shown in Fig. 3), by reason of the height of their heels, on the fore-ends of their feet only; and, consequently, very badly; they walk, if I may be allowed the comparison, in the same way as the greater number of the lower animals — on their toes only. The high heel may keep the toes from inequalities and rolling stones, but he who wears it can never walk at his ease, save, perhaps, on a carpeted floor or the smoothest pavement; enough to demonstrate the advantages of broad and low heels, which are in universal use by those who have to walk much and long. It is only the lame, indeed, affected in a particular way, who require a high heel, in aid of a natural defect. With them there is a physical necessity for walking on the toes; and then the high heel becomes a support and a comfort. I am even of opinion that it is advisable, under such circumstances, to have recourse to a raised heel in early life; for, without it, the knee of the healthy limb i preternaturally bent in walking, which is not only unsightly, but further adds force to the descent of the crippled limb every time it is brought to the ground, and causes the head of the thigh to be pushed higher than is proper, and the foot to shrink. Nor in some cases is it merely necessary to place the support under the proper heel-bone, but to bring it forward under the toes, a, U, Fig. 3, as a, U, r, q; for the more evenly the two feet are raised from the ground, provided the body be strong enough, the more natural and easy is the act of walking.

22 Verhandeling over den besten Schoen,

de ijzere schoenen der Muijlezels, even als wij de ijzers der schaatsen doen, met hoog opwippende neuzen maakt, om het struijkelen over de steenen, op den weg liggende, voortekoomen. Aangezien dit een Physiek gevolg is van het voortzetten der beenen, kan het tot eene standvastige grondregel strekken voor al wat gaat: naamelijk, dat zulk eene voorzorge nimmer verzuimd moet worden.
     Het volgt ook van zelve, dat deeze bespiegeling alleen toepasselijk is op mans, en op alle zulke vrouwen, die mans schoenen draagen.
      §. III. Dog de Rijke Vrouwen gaan, gelijk wij in Fig. 3. aangetoond hebben, door dien zij zeer hooge hakken draagen, alleen op het voorste des voets Fig. 3. a, C., en derhalven zeer gebrekkig; zij gaan even als het viervoetig gedierte, op de teenen allen.
      De hooge hak koomt het stooten tegens de bultige steenen wel voor bij de vrouwen, dog zij konnen nimmer dan in huis, en langs gelijke straaten op die wijze gaan, ’twelke de noodzaakelijkheid van laage en platte hakken genoeg bevestigt, aangezien de vrouwen, die veel loopen moeten, gelijk men onder het gemeen en vooral op het Land ziet, van zelve overgaan tot het draagen van mans schoenen.
     §. IV. Menschen die mank gaan, vooral wanneer zij reeds bejaard geworden zijn, en het ontwrigte lid bevestigd is, behooren altoos een hoogen hak te draagen onder den verkorten voet.
     Het is eene noodzaakelijkheid bij hun om met het verkorte been te moeten gaan op de teenen, even als wij in Fig. 3. bij de vrouwen hebben aangetoonde: Dan in dit geval is de hooge hak slegts een middel om zig beter te steunen, en de beide beenen zoo veel mogelijk van eene lengte te doen zijn.
     Ik geloove zelfs, dat men al vroeger een hoogen hak behoorde te plaatsen onder den korteren voet der

NOTE. — In speaking of foot-gear it seems very proper not only to think of those whom nature has sent into the world perfect in their lower extremities, but of those also to whom she has been less kind, and furnished with feet more or less deformed. Professor Camper, accordingly, here gives a chapter on club-foot, the cause of which he finds in a want of sufficient space within the mother's womb; whereby the bones of the feet, and especially the neck of the astragalus, are so displaced and distorted, that experience has assured him of the difficulty of restoring them to their natural shape and position, and anatomy has even demonstrated the impossibility, in certain cases, of doing so. In dissecting the body of a child affected with club-foot, in 1777, he says: “I found that the two astragaluses had undergone a great degree of compression in their necks, I, Fig. 1, whereby the forepart of the foot was strongly drawn inwards by the tibialis anticus and tibialis posticus muscles, which unite over the wedge-shaped bone, E, G, at F, and over the tuberosity of the navicular bone, G, Fig. 1. The fibular or outside muscles thereby lose much of their force, and are made incapable of drawing the foot outwards, in consequence of which the astragalus is pushed still more inwards, and further crippled. But this is not all: the calcaneum, or heel-bone, becomes even oblique in its position, and its tuberosity, N, Fig. 1, is curved towards I, by the short flexor and adductor of the great toe. The length of the lever, I, N, is thereby evidently shortened, and the tender Achilles at the same time loses power. In these facts lie the true reasons of the difficulty of overcoming and curing this vicious conformation. The contraction of the foot, and of the heel especially, is such that many club-footed persons can by no means touch the ground with the heel; the muscles, naturally antagonistic and balancing each other, having their equality of power destroyed. M. Van der Haar, of Bois le Duc, has contrived a variety of machines in wood for ther cure of club-feet, and in cases of little severity they seem to answer. Cheselden has proposed a very commodious bandage; and others have described steel boots and various machines, all of which may have their merits in particular cases; but I am obliged to confess, in favour of truth, that with all or any of these, I have only succeeded very rarely in doing good. The steel boxes, which I have tried in especial, I have found useless; — patients too often continue to go about, not on the sole, but on the outer edge of the foot, — the sole, instead of being applied to the ground, being even turned upwards. The feet and legs of club-footed persons are always smaller and more slender than proper; for what reason I know not, for there is no apparent defect in the nutrition of the parts, neither is there any compression of the nerved, that might arrest the flow of the hypothetical nervous juice or animals spirit.”

door den Heer PETRUS CAMPER. 23

manken; anders worden zij verplicht te gaan met een geboogen knie aan de gezonde zijde, ’t welke niet alleen een grooteren mistand verwekt, maar den nederval op den korteren voet in kracht doet vermeerderen, en dus het hoofd van het dijebeen hooger opschieten, en het been vermageren.
     Het is ook noodig in groote verkortingen, dat men niet alleen onder den hiel een hoogen hak maakt, maar ook onder de teenen a, C. Fig. 3., gelijk a, C, T. O.
     Hoe men immers de beide beenen tot gelijker hoogte brengt, wanneer het lighaam kracht heeft, hoe de gang in allen deele gemakkelijker gemaakt wordt.
     §. V. Kinderen worden niet zeldzaam gebooren met dwarstaande voeten, welke men scheeve of Horlevoeten noemt; zomwijlen is ’er slegts één, in ’s moeders lighaam, door gebrek aan plaats, gedrukt, en bij de geboorte zoodanig verwend, dat de ondervinding en de ontleeding mij van de onmogelijkheid der herstelling geheel en al overtuigd hebben.
     De ontleeding immers van zulk een kind heeft mij in den jaare 1777 geleerd, dat de koor in den hals Fig. I. Q. F. verdraaid is; zoodraa nu dit geschied wordt de voorvoet geweldig naar binnen getrokken door den voorsten scheenspier, Tibialis Anticus, en door den agtersten scheenspier, Tibialis Posticus, die gehegt is aan den knokkel van het schuijtwijsbeentje ? in W.
     De Peronaei, of stuijtbeens spieren, verliezen dus haare kracht, en trekken den voet niet langer naar buiten; waardoor het kootbeen nog al meer wordt verdraaid, en opwaarts naar binnen geboogen; dan dit is het niet al: het hielbeen zelf wordt mede scheef, en de knobbel S wordt door den kleinen buiger en aftrekker van den grooten teen teffens krom geboogen naar T; hier door wordt de langte van den hefboom F. S. merkelijk verkort, en de trekker van Achilles verliest zijne werking van gelijken: en zie daar de rede waarom dit gebrek zoo zeldzaam verbeterd, en nog zeldzaamer geneezen, wordt!

      So for our Professor on this Professor on this subject, so important to those who suffer and to those who are intrusted with finding a remedy. Modern science has happily done much since Camper lived and wrote. Tenotomy, or subcutaneous section of the tendons of the rebellious muscles, whereby we now work such marvellous cures, was not thought of in his day. The curious on this subject will find it exhausted in the works of Dr. Little on Club-foot and other deformities. — Translator.

CHAPTER V.
—«»—
OF THE BOOT AND SHOE.

     Boots and shoes are divided into the soles, to which are attached the heels and upper leathers. The upper leather is divided into the vamp, or front, and the quarter, or hind-part, with which are connected the ears, whereby the shoe is fastened over the instep on to the foot. vide Fig. 6, A, X, T, A, &c.; C, D, &c.
      With regard to the quarter, we may observe, that when the fastening is made as high as possible, as at F, C, the upper edge, C, E, is parallel to A, B, and the lower part, F, H, M, T, is sewed to the vamp, so that H is parallel to C, E. The direction in which the sole of the shoe then comes to be fastened to the foot, is in the line O, B; when the shoe embraces the great part of the foot, and the tendon Achilles, or posterior aspect of the heel, is not painfully compressed at E. With such a shoe, he who has not much waling, and little running up and down stairs, may get on well enough; but the foot will look extremely long.

24 Verhandeling over den besten Schoen,

      De optrekking van den voet en hiel zijn zoo geweldig, dat de hiel nimmer op den grond gezet kan worden: omdat de Tibialis en Peronaei de antagonistae, of tegenstreevers, zijnde van de soleus en gastrocnemii, dat is van de kuitspieren, als mede van de plantaris longus, te zaamen geene genoegzaame kracht hebben om de werking van die zwaare spieren te evenwigtigen.
     De beroemde Heelmeester VAN DER HAAR in den Bosch heeft houtene werktuigjes, die in ligte gevallen goed zijn, CHESELDEN heeft eene fraaje zwagteling, en anderen hebben staale laarzen, tegen dit ongemak voorgesteld. Tot mijn leedwezen moet ik echter betuigen niet dan zeer zelden geslaagd te hebben, zelfs niet met de beste staalen laarzen; waartoe ik echter mijne toevlugt heb moeten neemen, niet zoo zeer om den voet recht te zetten en te geneezen, als wel om de overzwikking te beletten: want eindelijk loopen zij niet langer op den bal van den voet, maar geheel zijdelings op den koot, en op den buiten rand van den voorvoet. De bal van den voet staat in die gevallen, in plaatze van plat, loodlijnig op den grond.
     De beenen of schenkels eigentlijk zijn bij de horlevoeten altoos dunner: waar van ik de rede niet begreipe, omdat ’er geheel geen gebrek in de voeding schijnt plaats te konnen hebben, en de zenuwen ook niet gedrukt worden.

VIJFDE HOOFD-DEEL.
Over de eigenschappen van den Schoen.

     §. I. Een schoen wordt gedeeld in de zool, en het overleder; aan de zool wordt de hak vastgemaakt. Het overleder gelijk in de 6 Fig. bestaat uit het eigentlijk overleder M, F, ?, G, Z, A, en het quartier-stuk M F ? G ? T B., als mede de kap ? S, welke of met het overleder een enkel stuk uitmaakt, of wel ’er aangehegt wordt.

     When the fastening is situated at K. H, the line in which it acts will be that of g, B, and the upper edge of the quarter will be, H, I, at so small a distance from the bottom of the shoe, that it must be accessible to secure it firmly to the foot; it must either severely pinch the heel at J, or it will be so loose that the heel will jerk out at every step. This position of the fastening, therefore, is the least proper; notwithstanding which, it is that which is preferred by all classes, particularly by sailors and persons of rank of both sexes.

door den Heer PETRUS CAMPER. 25

     De quartierstukken eindigen in breede ledere riemen welken den Gesp vatten G ?, of wel met dunne riemen en linten vastgestrikt worden.
     §. II. Van de zool en hak te voren genoeg gehandeld zijnde, zullen wij eerst het quartierstuk beschouwen, en wel in drie gevallen.
     In het Eerste geval, wanneer de gesp zoo hoog staat als mogelijk is in G ?. wordt de bovenrand ? T evenwijdig aan A B, en het onderste gedeelte G ? F M. wordt genaaid aan het overleder, zoo dat ook ?. F, evenwijdig bleive aan ? T, of aan den grond.
     De strekking derhalven waar in de schoen wordt vastgetrokken is in den middellijn ? B. in welk geval de schoen den voet best zal omvatten: de hiel zal niet worden gedrukt in T; om kort te zijn, voor iemand, die niet veel gaat, nog veel op en neder loopt, zal die hoogte van den gesp gevoegelijk zijn: maar de voet zal boven maaten lang schijnen.
     In het tweede geval, wanneer de gesp geplaatst wordt in ? X, zal de werking zijn in ? B en de bovenrand zal zijn X, ?. zoo verre af van de hiel dat ’er geene mogelijkheid zal zijn om den schoen te gespen met eenige vastigheid, of de hiel ?. zal sterk worden gekneepen, of zoo los zijn dat de schoen uitgetreeden wordt zoo draa de hak M. b. streeken bleift.
     Deeze plaatzing is derhalven minst geschikt, en nogthans is zij meest geliefd bij het gemeen, bij de varends gezellen en jonge lieden van aanzien.
     In het derde geval, als de gesp tussen beide staat in G X. dan koomt hij midden op de wreef, en daarom gemakkelijkst, 1°. omdat de sluijting best voegt. 2°. Om dat wanneer de voet uitgestrekt wordt, zoo dat de middellijn O P agter over geboogen wordt in p. P., als dan geheel geene knelling kan plaats hebben in ?, vermits de beweeging van den Trekker van Achilles naar agter zoo weinig als niets is; daar in het

      In the third position, the buckle or fastening will be placed midway between each of those that have been described, viz., at O, N, and will be over the middle of the instep, whereby it will never be felt as an inconvenience; 1st, because the shoe will keep well on; 2nd, because in the motions of the foot backwards towards R, P, or forwards towards B, Q, there will be less constraint about G, by reason of the small amount of movement which the tendon Achilles suffers in such circumstances. On the other hand, when the fastening is made so high as C, F, the upper edge of the quarter will cause much inconvenience when the foot is forcibly stretched out. 3rd, The buckle or fastening will then prove a source of no inconvenience when the leg is bent forward, as in mounting a stair or a slope, inasmuch as it will be below the crease which the leg forms with the foot, and will not press upon the tendons of the anterior muscles of the leg which move the foot and extend the toes. The best position for the buckle or fastening of a shoe is, therefore, directly over the top of the instep, neither too high nor too low, exactly over the spot where the triangualr ligament connects the tendons of the extensors of the toes with the bones of the tarsus and metatarsus, at O, N, a spot which Albinus indicates by κ, λ, in the 9th plate of his great work on the muscles. A shoe made and secured in this way will certainly cause the smallest amount of inconvenience possible, whether it be in running or walking in ascending or in descending, and will therefore be preferable to one made and fastened in any other way.

26 Verhandeling over den besten Schoen.

eerste geval de bovenrand ? en raad der quartierstukken T geweldig hinderen in de plooi van den hiel. 3°. Zoo dra de schenkel voorover bewoogen wordt in ? P zoo kan de gesp niet hinderen, omdat die beneden de plooij koomt van den voet.
     In het eerste geval daar tegen drukt als dan de gesp en kap die trekkers geweldig, welke den voorvoet en de teenen beweegen.
     §. III. Het is derhalven best den gesp niet te hoog, nog te laag, maar op die plaats van de wreef te zetten, daar de driehoekige band de trekkers tegens de beenderen van den voet aanbindt, het welke zijn zal op d, ?., welke plaats de Groote ALBINUS in zijne IX. Tab. Muscul. in den rechter voet met x, ?, afgebeeld heeft.
      Het zij men derhalven schielijk loopt of langzaam, het zij men een berg opklimt of nedergaat, zal zulk den Schoen minst hinderen; en dus van hegting door gesp of riemen het best zijn.
     §. IV. De Schoen wordt vast gemaakt met riemtjes, strikken, linten, enz, dan is de werking in de opgegeevene schuinse lijnen, d, B, G, B, ?, B. of ? B, doordien ’er geene evenredigheid gevonden wordt tusschen den bovenrand van den Schoen ? T, of ? s, en de Lijnen G ?, en ? O, zoo konnen riemtjes of banden den Schoen nimmer net doen sluiten.
      Men heeft zeer waarschijnelijk daarom Gespen in derzelver plaats genoomen: wanneer deeze klein zijn, en eenen tong hebben, werken zij even als de riemen, en ’er wordt alleen dit mede uitgewonnen, dat men den Schoen met meer gemak toehaalt.
     Maar groote gespen, met dubbele haaken en tongen hinderen altoos: niet alleen om dat de holle gedaante, die hoogswijze is, nooit sluit op den voet, welkers rug de gedaante niet heeft van een cirkelboog, maar wel als ABDC. in Fig. 7. zoo als die vrij wel door ALB. DURER, bladz. 55. is afgebeeld in f.

      All that has now been said applies indifferently to the shoes of men and women; though convenience and propriety do not always carry it against appearance and fashion. The shoes of women would undoubtedly be best fastened over the middle of the instep, as in men; but the foot would then be held to appear too large or clumsy; and so the shoe, when worn with a buckle or fastening, has it over the roots of the toes, the quarter of the shoe being very long, and the heel tending to escape with every step.
      The shoes of children ought to be made, from the first, in such a manner as to support the foot without compressing it anywhere. All those parts which finally assume a bony structure are, in infancy, not only cartilaginous, but of the most delicate texture. Our feet are often distorted by ill-made shoes before we are a year old. Savages, and those who let their children go barefoot, preserve them from these evils.

door den Heer PETRUS CAMPER. 27

      De Gesp GFE. zal derhalven altoos knijpen of boven op den wreef F, of zijdelings: ten ware men een rechtsche en slinksche gesp liet maaken, en dien op den voet zelven deedt vormen. De voet wordt naar voren platter, zoo als ALB. DURER dien ib. e. heeft opgegeeven, dat is als AHC, zoo dat het voorlijke deel des voets meer geschikt is tot een grooten gesp, dan de wreef; alhoewel in alle gevallen de middelmaat altoos best zijn zal.
     Twee tongen doen het quartier-stuk G ? beter, dat is netter, sluiten.
     Dan zedert de Gespen meerder, althans even veel, dienen tot cieraad en pracht, dan tot nut, is ’er weinig waarschijnelijkheid, dat men ooit de loffelijke middelmaat zal volgen. De buitenspoorig groote gespen, die onlangs in gebruik gebragt zijn geworden, leveren daar van een volkoomen bewijs op.
     §. V. Wanneer men al wat van het quartierstuk en gesp gezegd is toepast op de vrouwen voeten, is het klaarblijkelijk, dat de gesp aldaar, even als bij de mans geplaatst zijnde, best zou voegen; Dog dan gelijkent de voet te groot, hetwelke strijdig is met de eigenliefde; omdat de vrouwen niet alleen eenen kleinen voet willen hebben, maar de mannen zelfs aan die wangestalte eene zonderlinge schoonheid hegten.
     Zet men de gespen te laag zoo sluit het quartier-stuk boven niet, of knelt de hiel geweldig; ook glijdt ’er de hiel ten eersten uit, als eene vrouw in een klaajigen grond wandelt.
     De Rijke vrouwen, dat is dezulke die niet veel ter been behoeven te zijn, zullen den gesp konnen zetten op de vereeniging van den voorvoet met den Voet Fig. 3. in O omdat O ? de laagste onder alle de mogelijke randen is, die den schoen zal doen sluiten.
     §. VI. De Schoenen, die voor kinder-voeten zullen

      Locke does not mention the form of shoes proper for children; he merely wishes them to be made very thin.* He criticises, in his excellent “Treatise upon the Education of Children,” the feet of the Chinese women, ascribing to them their bad health and frequent falls. Nevertheless, it is a fact that we give to our children, even before they are a year old, shoes made upon the same last for both feet, which must of necessity not only hurt, but destroy the tender and delicate bones of their feet, especially those of the toes; and as they grow older, we continue to give them shoes still more calculated, from the stiffness of the upper-leathers and unpliable nature of the soles, to confirm this bending of the toes and deformity of the whole foot.
      I was astonished, on reading the “Prize Treatise” of M. Balaxerd, to see that he recommends that from the age of three to ten years, children should wear sabots, without heels; attributing the crookedness of the feet of most children to the pernicious practice of wearing high heels.
      It is true that sabots are always made of a distinct shape for each foot; but is it probable that a foot,

* Locke’s reason for this — i.e. “that they may thus be more sadly wetted” — will have no credit in the present age. We are now far enough advanced in knowledge to appreciate the great advantage of dry and warm feet. — Translator.

NOTE. — When I wrote upon the Physical Education of Children, I mentioned only casually their shoes; I had not then turned my attention to the subject, otherwise I should have dwelt more at length upon the best form of shoes for these delicate beings; as I am now convinced that the injury to our feet commences from the moment we begin to walk. — Author.

28 Verhandeling over den besten Schoen,

dienen, behooren, al van den beginne af aan, zoo gepast te zijn voor de tedere voeten, dat zij nergens knellen. Alle de deelen, die naderhand in been veranderen, zijn in de eerste jaaren slechts kraakbeen, en wel van het weeke soort; zoo dat de voeten reets bedorven worden van dat wij een half jaar oud zijn; behalven bij de wilden en onbeschaafde volkeren: ook wel onder ons bij de armste lieden, die uit behoeftigheid hunne kinderen langen tijd bloots voets gaan laaten.
     LOCKE spreekt in het geheel niet van de gedaante der Schoenen voor de kinderen, hij wil ze alleenlijk §. VIII. p. 5. dun hebben om het water te ligter door te laaten. Echter beschimpt hij §. XIII. de Chineesche vrouwen, en leidt ’er de ongezondheid en het zwikken van af, in zijn beroemd werk over de opvoeding der kinderen.
     Het is onderwijlen zeker, dat wij onze kinderen, zoo draa zij in de kleederen gebragt worden, ’t welke veel al geschiedt eer zij een half jaar oud zijn, reets aan beide de voeten schoenen geeven, die op één leest gemaakt zijn, en derhalven zeer slegt geoordeeld moeten worden, uit het geene wij getoond hebben in het III. Hoofd-deel.
     Daar na geeven wij nog slegter, naamelijk Schoenen met stijve hakken, en van dat oogenblik af aan worden de teenen krom gedwongen, de knokkels worden puntig, en de geheele voet wordt wanstaltig en bedorven.
     §. VII. Ik was niet weinig verwonderd, als ik in de gekroonde Verhandeling van den Heere BALLAXERD, in het II. Stuk des VII. Deels der Verh. der Maatschappije van Haarlem, p. 246 las: Dat hij de kinderen holtzblokken wilde laaten draagen van de 3 of 4 jaaren af tot de 8 of 10 jaaren toe; vooral zonder hakken, waar aan hij de scheefbeenigheid van de meesten toeschreift. Het is wel waar, dat de holtzblokken voor ijder voet afzonderlijk gemaakt worden; maar, is het waarschijnelijk, dat een tedere, en nog voor een groot gedeelte

CHAPTER VI.
—«»—
OF THE BEST SHAPE OF A SHOE.

      The result of the observations detailed in the preceding chapters is, to prove to us that shoes fitted for the use of those engaged in active pursuits must possess, firstly, a sole properly proportioned to the length necessary to allow of the elongation of the foot when in motion — from c to B, Fig. 2; the shoemaker first taking the measure of the foot in repose, and then that of the same foot when bent, as we have shown it in Fig. 2.
      Secondly. A different last must be used for each foot.
      Thirdly. The true dimensions of the foot (E, D, N, M, Fig. 8) ought to be taken with callipers, or bent compasses. In this we should be following the example of the best wigmakers of Paris, who use these means to ensure an accurate fit.
      Most shoemakers err in making the soles too narrow. They trust to the stretching of the upper-leathers, thinking that they thus produce a closer fit, and avoid creases, troubling themselves very little about the suffering they thus occasion. The sole, A, N, E, R, B, S, D, O, Fig. 8, which I have copied from the latest Parisian pattern, intended for the sole of the foot, A, I, Z, K, M, A, Fig. 8, will prove my assertion.

door den Heer PETRUS CAMPER. 29

kraakbeenige, voet wel gevormd zal worden in een onbeweegelijken klomp hout?
     ’Er is nu een nieuw ingevoerd gebruik bij de groote lieden, van de kinderen, althans in huis, lang bloots voets te laaten gaan, ’t welke ik veel beter houde.
     Als ik over de lighaamelijke opvoeding der kinderen schreef, gelijk in hetzelfde deel der Haarl. Verhand. pag. 393. gezien kan worden, heb ik het stuk der schoenen slegts ter loops aangehaald; ik hadde, bekenne ik, toen nog zoo van nabij dit geheele stuk in zijn zaamenhang niet overwoogen; Ik zou anders meer der hebben moeten zeggen van den besten schoen voor die tedere schepzels, en wel te meerder, om dat reets onze voeten van dat wij beginnen te staan af bedorven worden.

ZESDE HOOFD-DEEL.
Over den besten Schoen.

     §. I. De beste schoen voor een man, die werkzaam zijn moet, zal, volgens het gene in de voorgaande stukken zoo duijdelijk bewezen is, vereischen: 1°. dat de zools lengte wel gemeeten en zoo veel langer gemaakt wordt dan de rechte stand op de maatstok aanwijst als noodig is voor de verlenging. De schoenmaaker moet den voet eerst plat gezet meeten, daarnaa geboogen, zoo als in Figuur 2. aangetoond is.
     2°. ’Er behoorde voor ieder voet een afzonderlijke leest en schoen gemaakt te worden.
     3°. De waare breedte des voets E, D, en N. M. moest gemeeten worden met een krommen passer van stompe punten voorzien om niet te kwetzen; even als de Paruijkmaakers de hoofden meeten op dat het net zou sluiten, en het hoofd wel omvangen.
     De meeste schoenmaakers zondigen hier in, dat zij

     Fourthly. The sole ought always to be as broad as is possible, consistently with a becoming appearance.
      Fifthly. The point of the sole ought to be a little raised, so as to aid in avoiding inequality of ground.
      Sixthly. The heel ought to be of a moderate height, and place well forward, so as to support the centre of gravity.
      Seventhly. The vamp and quarters ought to be as proportioned, that the buckle or fastening lies over the wedge-shaped bone, exactly at the spot where this bone and the bones of the metatarsus of the great toe and the two others next it are united; that is to say, at E, Fig. 1.
      Shoes made in this manner will enable the wearer to walk with ease and safety, and would prevent corns, bunions, and strained insteps, as well as many sprains, and injries to the tendons of the extensor muscles of the toes.
      I cannot improve upon the description given above, of the advantages to be gained from shoes made after this model.
      We are all obliged, in some measure, to obey the dictates of custom and fashion; but if we wish to flatter our vanity, by appearing taller than we are by nature, or if we desire to render our feet smaller than they ought to be according to the just proportions of our figure, or if we insist upon giving to our feet a form contrary to all the uses for which they are destined, we must resign ourselves to the discomforts and painful diseases occasioned by improperly-shaped shoes; which cannot be avoided by means short of a miracle.

30 Verhandeling over den besten Schoen,

de zool te smal maakende, zig vlijen, dat het overleder zig voegen zal, op dat de schoen te beter sluijtte, dat is zonder ploojen zitte; wegens het overige bekreunen zij zig wijders niet met al.
      Het is derhalven beter, wanneer toch de beide schoenen op éénen leest moeten worden gemaakt, dat de zool zoo breed valle als mogelijk is.
     En 4°. dat de neus of punt van den schoen geheel rond zij, om te meerder ruimte te verschaffen aan de teenen: dat is de gedaante hebbe als E, I, T, Z, B, K, D, Fig. 8.
     5°. De neus dient ook een weinig op te wippen, om ligter over ongelijke steenen te konnen gaan.
     6°. De hak moet laag zijn, evenwel hooger naar maate van de ongelijkheid der straaten die men bewandelen moet, en zoo diep onder de hiel koomen dat zij de zwaartens lijn bevat.
     7°. Het overleder, en de kwartierstukken moeten zoo geschikt worden, dat de gesp juist valle op de wiggebeenderen, daar de groote teen en de twee anderen ontfangen worden, dat is Fig. I. ? O.
     Op deeze wijze moeten de schoenen voor mans vrouwen en kinderen gemaakt worden om gemakkelijk, om veilig, en stevig te gaan; om geene ongemakken te kreigen, geene likdoorns, geene wratten, geene dikke knokkels, geen gebarste eelt; en om geene verstruijkingen nog verrekkingen van den band, die de trekkers vestigt, te ondergaan.
      En dusdanig is de beste schoen, dien ik voor genoomen had te beschreiven, en met onwraakbaare bewijzen te toonen, in de daat, de voorkeur boven alle anderen te verdienen.
     §. II. Moet men toegeeven aan het gebruik, moet men zijne eigenliefde vlijen van grooter te schijnen

     It is absolutely necessary that the soles of children’s shoes should be made very broad, and round, rather than pointed in front. All stiffness and harshness of the upper-leathers are also extremely pernicious.
      The upper-leathers should always be made of a yielding material; and if, for the sake of durability, we choose a strong leather, we ought to take care that the shoemaker does not stretch it too tightly upon the last, and especially forbid him to wet it: as the leather dries it will shrink, and cruelly pinch the foot. By these precautions we may counterbalance, in some measure, defects in the shape of the sole; and if we insist upon voluntarily submitting ourselves to an absurd and painful slavery, we may yet, in some degree, alleviate our sufferings.
      I have thought it well to be thus particular, because the remedies which surgery supplies are of little use; it is far better to be beforehand with the mischief, and rather to prevent or diminish its causes.

door den Heer PETRUS CAMPER. 31

dan de natuur ons gevormd heeft, kleiner voet te hebben dan ons past; willen wij zulk eene gedaante geeven aan onzen voet als strijdig is met zijn maakzel, om aan de grillige gewoonte slaafagtig te gehoorzaamen, zoo moeten wij gewillig alle die onheilen draagen, alle de smerten en kwaade gevolgen, die noodwendig uit zulk een onhebbelijken schoen ontstaan, en die zonder wonderwerk niet voorgekoomen konnen worden.
      Evenwel, konnen de vrouwen ten weinigsten daar op aan dringen, dat althans de zwaartenslijn valle in de hak van den schoen, gelijk wij bij Fig. 3. hebben aangeweezen, en dat zij de polevijen zoo groot als doenelijk neemen; dat de zool niet te smal zij, en de gesp geplaatst worde op o. ?. daar wij getoond hebben dat hij best zou voegen.
     §. III. Bij de kinderen is men volstrekt genoodzaakt de zool zeer breed, en voor eerder plat dan puntig te maaken; en vooral behoort men nooit stijve leders in den neus te doen, welke de schoenmaakers wel eer stijve patons noemden.
     §. IV. Alle overleder moet zagt zijn, en wanneer men al om de sterkte dikker, en dus onrekbaarder, leder wilde hebben, moet het nooit te sterk om den leest gespannen worden, en vooral niet vogtig worden gemaakt. Het gebrek der Zoolen, ’t welke onvermijdelijk is, om dat wij ons gewillig verslaaven aan een belagchelijk gebruik, wordt hier door nog eenigzints verzagt.
      Van alle deeze voorzorgen moest ik gewag maaken, om dat ook alle hulpmiddelen, welke van de Geneeskonst gevorderd worden, vrugteloos zijn, wanneer men niet teffens medewerkt aan de vermindering der oorzaaken.

CHAPTER VII.
—«»—
OF THE INCONVENIENCES OCCASIONED BY ILL-MADE SHOES, AND THEIR REMEDIES.

     The Author of Nature has protected the soles of our feet, even before we are born, by bestowing upon them a thicker skin, and a cuticle or outer skin, stronger than that of the rest of the body. This outer skin becomes sensibly thicker in those who go barefoot; and, by a curious provision, instead of wearing away, as is the case in other inanimate substances, if they are exposed to friction, it becomes more and more thick and callous.
      Shoes and boots, however well made, will chafe and press upon the foot, especially upon those parts which, from the thinness of the cuticle, are not calculated to endure much friction; and thus are occasioned corns and bunions. A bunion is endurable so long as it is not inflamed; but when that happens, it is intolerable.
      Should a callosity of this description form upon the heel, from the pressure of the edge of the shoe, the sole being too narrow, we must, in the first place, procure a proper shoe, and seek to remove the malady by emollient remedies, — by a soap plaster and the like; but if we do not begin by removing the pressure of the sole, we shall hope in vain for a cure.

32 Verhandeling over den besten Schoen,

ZEVENDE HOOFD-DEEL.
Over de gebreken die uit slegte Schoenen voorkoomen, en derzelver Geneesmiddelen.

     §. I. De Schepper heeft, reeds eer wij gebooren worden, gezorgd voor onze voetzoolen, door aan dezelve dikker vel en dikker opperhuid te geeven, dan aan de overige deelen van ons lighaam.
     Wanneer wij barrevoets gaan, verdikt die eelt in evenredigheid; jaa zoo gunstig is het Opperwezen, van in plaatze van afslijting een evenredigheid van aanwas en verdikking te doen geschieden.
     Dan, de Schoen, hoe konstig ook gemaakt, prangt, wrijft, en schuurt meest al op die plaatsen van den voet daar het vel dun, dat is niet geschikt is om geweld te moeten wederstaan; dit geeft dan de voornaamste gelegenheid tot eelt en likdoorns!
     Eelt is draagelijk, zoo lang die niet splijt, dat is barst, en scheurt; dog zoo draa dit gebeurt, pijnelijk, en geeft bloedingen, voor al gelegenheid tot wratten, daar wij naderhand van zullen handelen.
     Gebeurt het, dat ’er zulk smertelijk eelt voor valt aan de hiel, om dat de rand van den Schoen wegens de korte zool ongelijk drukt, eischt het eerste middel, dat men een langer Schoen doe maaken. Vervolgens, dat men met weekmaakende plaasters het aangedaane deel langzaamerhand tot zijnen natuurlijken staat brenge: Het Emplastrum Gummi, het Empl. e Galbano, groene Wax, en al wat van dien aart is, kan zeer voordeelig zijn; dog de drukking niet weg genoomen wordende, volgt nooit eene volkoomene geneezing.
     Mij is zulk een eelt onder den grooten teen van een mijner goede Vrienden voorgekoomen; Meer dan een jaar hadt men met anders loffelijke plaasters den voet

      One of my friends, residing in Amsterdam, suffered from a bunion, all attempts to cure which were in vain tried for more than a year. The sufferer was forced to keep the house, and neglect his business, in consequence of the insupportable pain he suffered in waling. When I was summoned, I examined the foot, and the callous mass which had formed upon the anterior portion of the great toe. I made a species of receptacle of cork for the diseased toe, carefully removing with a file every particle which could press upon it. This little contrivance was fastened to the toe, so as to protect it entirely from injury, and proved entirely successful. My patient found himself immediately able to attend to his affairs, without pain or inconvenience; and in six months, a complete cure was effected; the emollient remedies producing their good effect from the moment that all pressure was removed.
      A similar cure of a case in which the external surface, D, K, Fig. 8, was affected, confirmed the excellence of this method of procedure.
      It sometimes happens that, when the part H, I, or F, G, Fig. 6, is much compressed by the fastening of the shoe or the scam, E, B, the heel over the tendon Achilles, although already protected by a callosity, becomes tender and inflamed. In such a case, an embrocation of oil and white wine or vinegar may be applied, in order to soften and remove the swelling; but, above all, the cause of the evil must be removed, by wearing shoes or boots which do not press upon the part.
     The torture inflicted upon the large joint of the great toe, when the sole is too short and the upper-leather is hard and unyielding, is infinitely more cruel. The joint becomes red and swollen; and I have frequently observed that the little synovial sac, or bursa, which naturally exists at this spot, as also under the elbow and over the kneecap, becomes filled with a fluid. The same thing will sometimes happen to the articulation of the little toe with the bone of the foot. A large shoe is here of the first necessity, and an embrocation or liniment similar to that prescribed for the heel may be used with benefit.

door den Heer PETRUS CAMPER. 33

getracht te geneezen, dog de Lijder moest te huis zitten, en zijne bezigheden verwaarloozen, wilde hij door den gang niet allerijsselijkst gepijnigd worden. Eindelijk bezag ik zijner voet en den eeltachtigen korst die onder den grooten teen was. Ik maakte van kurk een holle goot, sneed en veilde ’er zoo veel van weg als nodig was om de aangedaane plaats geheel van drukking in den gang vrij te houden. Met een zagt riempje van zeemleder bond ik die kurke laade onder zijn teen, trok ’er een sok over henen, enz. met dien gelukkigen uitslag, dat hij terstond zijn beroep zonder smert weder waar konde neemen, en langs straat gaan, zoodat hij binnen een en halfjaar geheel genas, doordien de vermurwende plaasters, de drukking weggenoomen zijnde, nu naar wensch konden werken.
     Dergelijke heb ik bij een ander aan den buitenkant van den voet, Fig. 8. tussen D, k, bewerkt.
     §. II. Niet zeldzaam gebeurt het, wanneer het quartier stuk, Fig. 6, in ?, te veel ingetrokken is, voor al door den rand te strak met lint te boorden, of den naad T, B, in plaatse van dien rechthoekig op B, A, schuins inwaarts te naaijen; dat de hiel, hoe zeer ook met genoegzaam eelt voorzien, ontsteekt, en dik wordende hevigen pijn veroorzaakt; zoo dat de schoen afgelaaten, of het quartier stuk neder geplooid moet worden: in dat geval is tijd noodig, benevens eene smeering van olie met wijn of met azijn geklutst, om te verzagten en te verdrijven, en vooral een schoen, die daar ter plaatse geheel niet knijpt.
     §. III. Dog oneindig smertelijker wordt de binnenknokkel van den grooten teen aangedaan, wanner de zool in Fig. 8 bij E. te smal en het overleder zoo naauw en stijf is, dat het niets mede geeft. De knokkel wordt dan dik, rood, en meer dan eens heb ik vogt waargenoomen onder het vel in het beursje, door de Natuur aldaar gemaakt: even als men voor beneden de knie, en op den knobbel van den elleboog dikwerf ziet gebeuren.

      When the sole is too short and the upper-leather stiff, so that the shoe or boot will yield niether at the toe nor heel, inflammation of the root of the great toe-nail is occasioned, which is intensely painful, and callosities grow under and around the nail. I have seen some in which the nail was buried to the depth of a quarter of an inch. The nail must be carefully cut away from the callosity. The inflammation will disappear of itself, as soon as the pressure is removed, as will also the callosities; but they may be softened by the use of the soap plaster. It is dangerous to touch these callosities with caustic or butter of antimony, as they will then frequently become malignant and difficult to cure.
     The disease is not caused by any primary degeneration, but is a consequence of perpetual pressure: the toe is, as it were, forced to incur the disease; and it is above all necessary here to remove the cause, in order to prevent its effects.
     The commonest and most painful affection of the feet are corns, which have been well described by C. Celsus, P. Ægineta, and Ætius. They appear most frequently upon the prominent joints of the toes, as at f and p, in figs. 2 and 3, and upon the side of the little toe, s, Fig. 8. The epidermis is naturally very thin upon these parts, but by constant pressure it becomes thickened and horny. The progress of this affection is as follows: — At first the hardened portion is of the size of a pin’s head; a second thickening ensues, and it continues thus until a species of thorn is formed, which compresses the tendinous expansion of the covering of the joint, causing horrible pain — with which my readers are probably better acquainted by experience than they could become by the most minute description I might give. Corns also grow between the toes, where they touch each other; and they sometimes attack the sole of the foot. Wherever placed, they render walking extremely painful.

34 Verhandeling over den besten Schoen,

      Aan den buitenkant van des kleinen Teens-vereeniging met het been van den voorvoet, gebeurt hetzelfde, en veeltijds gelijkerhand met den knokkel van den grooten teen. Allereerst wordt ’er een wijder schoen vereischt, en dan eene dergelijke smeering als ik bij de hiel heb aangeraaden.
     §. IV. Wanneer de Zool te kort is, en het overleder te sterk, zoo dat het nog bij de hiel, nog by den grooten teen kan medegeeven, of uitwaarts wijken, zoo als men anders ziet gebeuren, koomen ’er wratten onder den nagel van den grooten teen die zeer pijnelijk zijn.
     Het eerste is een beter schoen te doen maaken, vervolgens den harden nagel weg te snijden, tot op den wrat. Ik heb ’er gezien die 1/6 duim diep onder den nagel op gegroeid waren. Zoo draa de drukking slegts weg genoomen wordt geneezen zij van zelven, anders moeten zij vetzagt worden, met de boven aangepreezene plaasters.
     Raakt men ze met Lapis Infernalis, met Butyrum Antimonii, enz. worden zij dikmaals kwaadaartig. De kwaal zelve is geene eigene ontaarding, maar het gevolg van drukking.
     De Natuur wordt gedwongen tot dit ongemak, men neeme derhalven de oorzaak weg, en het gevolg zal van zelve vervallen.
     §. V. Het allergemeenste, en niet minder smertelijkst, ongemak zijn de Likdoorns, of Exteroogen, door CELSUS, PAULUS VAN AEGINE en AËTIUS zeer naauwkeurig beschreeven. Deeze vallen meest voor boven op de knokkels der krom opgedwongene kleine teenen, gelijk Fig. 2. en 3., of op zijde van den kleinen Teen Fig. 8. S.
     Het is de opperhuid, natuurlijk dun op die plaatsen, dog door de geduurige drukking verdikt, en hard geworden als horen. En wel zoo, dat het eerste

      Well-made and easy shoes are, in all these cases, the best remedy; and in addition, the application of some soap plaster spread upon soft thick leather, will be found very useful.*
      It may seem superfluous to observe that the indurated skin should be previously removed with a penknife, as this will considerably hasten the cure.
      Celsus recommends (book v., chap. 28), that corns shall be first scraped with a knife, and then anointed with resin. Paulus Ægineta has devoted a whole chapter to the subject (book iv., chap. 80). He agrees with Celsus, but proposes pumice-stone, instead of the knife, to remove the surface of the corn; and then the application of various emollient and astringent remedies, as the atramentum hitorium, which much resembled our common ink, and contained vitriol. He also advises the use of cantharides. The fame of these insects for the cure of warts and such fungous excrescences of the skin, has endured to our days.
      Ætius enumerates a variety of remedies in use in ancient times, and shows much discernment in his commendation of the best among them.
      None of the ancients have proposed a more ridiculous remedy than Marcellus (“Med. Art. Princip.,” tom. ii., p. 399). He says, “The best cure for corns occasioned by the friction of the shoe is to apply to them the ashes of an old shoe mingled with oil.”

* The Translator has ventured to recommend, instead of the Author’s “unguent of frogs and quadrupled mercury,” a simpler and more modern, as well as more efficacious application. — Tr.

door den Heer PETRUS CAMPER. 35

begin is als de punt van een speld, daar koomt eene tweede verdikking bij, die wat breeder is, en zoo vervolgens, tot dat ’er een dorn gevormd wordt, welke het trekkeragtige vlies op de knokkels drukt, en met zulk een pijn aandoet, die waarschijnelijk alle mijne Leezers beter kennen, dan ik ze met woorden kan afbeelden.
     De likdoorns koomen ook tusschen de teenen, zoo dat twee, tegens elkander over, gebooren worden, en den gang ondraaglijk maaken.
     Ruime Schoenen, die over het geheel wél passen, zijn ook in deezen gevalle het voornaamst middel; vervolgens weet ik van alle geneesmiddelen geen beter, dan het Uuguentum ê Ranis cum Mercurio Quadruplicato. Men legt daarvan een klein rond koekje op een halve slinger verband, of funda van goeden kleefplaaster: men plaatst dit koekje op den exteroog, en omwindt den teen met den kleefplaaster.
     Het is onnoodig teffens te melden, dat men eerst met een scherp mes zoo veel weg snijdt als mogelijk is; zie daar de eenigste en beste middelen in dat smertelijk ongemak!
     C. CELSUS wil lib. V. C. 28. p. 335. dat men ze zal afschrappen, en dan ’er hars opleggen. PAULUS AEGINETA heeft een geheel Hoofdstuk Lib. IV. C. 80. p. 499. overgeschreeven, en verschilt niet van CELSUS. Dog in plaats van een mes, stelt hij een Puimsteen voor om ze te verminderen; vervolgens allerleije vermurwende ook versterkende middelen, als het Atramentum Sutorium, ’t welk veel vitriool bevat. Van gelijken de Cantharides, of spaansche vliegen, zoo dat wij ons niet moeten verwonderen dat zedert kort de Tra. Cantharidum, tot de geneezing van wratten met zoo veel nut gebruikt is geworden.
     Dog vooral moet men AËTIUS, Tetrabibl. IV. Serm. 4. Cap. 82 p. 735. raadpleegen, omdat hij alle mogelijke middelen aanprijst.

     Children, and persons of advanced age, women especially, neglect their toe-nails, which then grow and form excrescences like horns. I have seen some which, rising from the great toe, formed a curve that passed over all the other toes. I have seen these horns upon both feet; and upon the second as well as the great toe; all the nails, indeed, are capable of forming such horns, in size proportioned to the size of the toes. I have several curious examples preserved in spirits, and such are to be met with in most anatomical collections. M. de Buffon has described, in the 14th volume of his “Natural History,” a nail of a spiral form nearly half a foot long, and having a circumference of nearly two inches. This nail was removed by M. Campenon, from the great toe of a woman seventy-five years of age. It had been twelve years growing to this size.
      I have sometimes seen a hard and spongy substance growing under the nails, which raised them up, and projected considerably, not having been meddled with for a long time, for fear of exciting inflammation. I have removed it successfully, after the nail had been softened in warm water, when it can be gradually cut away without pain or danger.
      When the nails are very long and hard, they should be carefully scraped, and then cut with a sharp knife.
      I will now conclude my observations upon the best form of shoes and boots; and the reader may judge for himself whether this subject, which appears at the first flance of such small importance, does not deserve to be treated with attention and respect. He may then pass judgment upon Posidonius, who declared, “that the art of shoe-making was most probably invented and perfected by philosophers.”

36 Verhandeling over den besten Schoen,


     Dan onder alle schreivers der oudheid heeft niemand belaggelijker middel opgegeeven dan MARCELLUS Med. Art. Princ. Tom. 2. p. 399. e: Attritu Calceamentorum factos clavos, emendat veteris soleae ac exustae cinis, cum oleo impositus. Dat is, Een oude zool van een schoen gebrand tot asse en met olie gemengd geneest de likdoorns, die door de pranging der schoenen veroorzaakt zijn.
     §. VI. Geringe menschen, oude lieden, voor al vrouwen, verwaarloozen uit gebrek aan goede hulp het tijdig afsnijden van de nagels der teenen. Ik heb ’er gezien, die bij voorbeeld Fig. 8. T. langs Z. B. tot K. toe, krom om over de andere teenen henen liepen aan beide de voeten: zelfs mede van den tweeden teen.
     Alle nagels konnen evenredig aan de grootte der teenen, als horens uitwassen: ik bewaare ’er verscheidene, onder allen één in spiritus, zijnde de groote teen van eene vrouwe, welkers nagel over alle de overige teenen henen gelegen hadde.
     Ik heb zomwijlen gezien, dat zommige hoornachtige stoffe, die zeer voosch was, onder den nagel waschte, en dien eerst opwaarts deedt groejen, daar naa geweldig uitwasschen om dat men bevreesd was ze aanteraaken. Ik heb ’er die vooze stoffe doen uitsnijden, naa dat de voet lang in warm water gebaad was, daar na den nagel met het mes langzaam aan weder zijde laaten insnijden, en afneemen.
     Het beste middel is den te harden en horenachtigen nagel aftezaagen, en vervolgens met het mes op zijne lengte te brengen.
     Zie daar waarde Leezer! mijne gedagten over den Besten Schoen! Overweeg zelf of het onderwerp, zoo veragtelijk in den eersten opslag, niet dubbelwaardig was, om met deeze naauwkeurigheid behandeld te worden? En beoordeel POSIDONIUS, of hij wel dan kwalijk, gesteld hebbe, dat de konst van schoenen te maaken zeer waarschijnelijnelijk door de Wijsgeeren uitgevonden is?

CONTENTS.

GENERAL PREFACE...........Page  vii

PART THE FIRST.

Preface to “Camper on the Best Form of Shoe”......................XXVII

Introduction......................1

CHAPTER I The Foot..........................9

CHAPTER II. The Bones of the Foot. .................................13

CHAPTER III. The Sole of the Foot .................................21

CHAPTER IV. Upon Walking .................................25

CHAPTER V. Shoes and Boots..................30

CHAPTER VI. Of the Best Shape of a Shoe .................................35

CHAPTER VII. Of the Inconveniences Occasioned by Ill-Made Shoes, and Their Remedies .................................38

KORTE INHOUD

VAN DE VERHANDELING OVER DEN BESTEN
SCHOEN.

INLEIDING..................Bladz. 3

EERSTE HOOFD-DEEL. Over den Voet..............Bladz. 7

TWEEDE HOOFD-DEEL. Het beengestel des Voets ..........................Bladz. 10

DERDE HOOFD-DEEL. Over den bal van den voet ..........................Bladz. 16

VIERDE HOOFD-DEEL. Over den gang in het algemeen ..........................Bladz. 20

VIJFDE HOOFD-DEEL. Over de eigenschappen van den Schoen ..........................Bladz. 24

ZESDE HOOFD-DEEL. Over den besten Schoen ..........................Bladz. 29

ZEVENDE HOOFD-DEEL. Over de gebreken, die uit slegte schoenen voortkoomen, en derzelver geneezing.................Bladz. 32

book@petruscamper.com

[ home ] [ reviews ] [ texts ] [ projects ] [ order ] [ sitemap ]
Miriam Claude Meijer, Ph.D. © All Rights Reserved

Valid HTML 4.0!