[Petrus Camper (1722-1789),] “Brief over de zedelijke opvoeding der kinderen,” De Denker 3 (1766): 273-280.

Translated by Miriam Claude Meijer, Ph.D., as:
[Petrus Camper,] “Letter on the Moral Upbringing of Children,” De Denker 3 (1766): 273-280.
[#31 = “On Daughters”]

DE

D E N K E R.


N°. 140.

Den 2. SEPTEMBER 1765.


Vervolg van N°. 136.

Gelyk een Land niet ten besten voordeele kan bebouwd worden, zonder dat men den aart van het zelve ter deege nagespoord hebbe, zoo kan men ook niet bepaalen, hoe kinderen opgevoed moeten worden, voor en al eer men ondervonden heeft waar toe zy bekwaam zyn, of geschikt zullen worden. Voorgenomen hebbende van de jonge dogters te handelen in dit Vertoog, moet ik eerst het algemeen vooroordeel wegneemen, ’t welk byna een iegelyk beheerscht, als of de vrouwen alleen geschikt, waren om de wulpsheid der mannen ten dienst te zyn, kinderen te baaren, en gering huiswerk te doen. De opvoeding en weitsche kleeding worden, van haare kindsheid af, zoo

The

T H I N K E R.


N°. 140.

The 2. SEPTEMBER 1765.


Continued from N°. 136.

Just as Land can not be cultivated to its best advantage, without thoroughly tracing its nature first, so it cannot be determined how children have to be brought up before and when it has been experienced what they are capable of or to what they could become suited. Having resolved to treat young daughters in this Address, I must first remove the common prejudice which governs almost everyone that women are only suited to serve men’s lust, to bear children, and to do small housework. The education and broad dresses are, from their infancy,

274 DE DENKER. No. 140.

geschikt, als of zy tot maitressen zouden dienen, en niets leeren moesten, dan vercierzelen te maaken, om haar lighaam op te pronken, en haare schoonheid bevallig te maaken. De Ouders meenen zig zeer wel uitgesloofd te hebben, wanneer zy ’er danssen en zingen teffens by geleerd hebben: de opvoeding wordt volmaakt gehouden, als zy bevallig Fransch spreeken konnen; buiten eenige weinige boeken, over den Godsdienst handelende, leezen zy niets als Romans. Wat verbeelding hebt gy, zorgvuldige Ouders! terwyl gy uwe Dogter dus opbrengt? Zal zy wel ergens anders toe bekwaam zyn, dan om een jongen Losbol te bekooren? Zal zy, dertig jaaren oud geworden, haaren man, eerst door haare bekoorlykheden verstrikt, nu bedaard geworden, langer behaagen? De bevalligheid en zwier van haar lighaam verflenzen door de jaaren, en kinderen voort te brengen: het danssen en de stem veragt zy zelve, nu zy ondervindt niet langer bekoorlyk te zyn. Al wat nog van de Romans onthouden is maakt haar belagchelyk, en de nieuw aangekoomene meisjes spotten met haar oud modesche hulsels en linten!
     Is het wel waar, verdwaalde Ouders! dat uwe dogters nergens anders bekwaam toe zyn, dan om, door dartelheid, het hart te steelen van eene onbezonnen Jeugd, die, naauwlyks huwbaar geworden, niets zoekt dan wellust? Het is ongerymd dus te denken over de vrouwen, die de helft van het menschelyk geslagt uitmaaken; het is onwaardig aan haare verdiensten, waar door zy zoo dikwerf uitgeblonken hebben; het is onbetaamelyk te stellen, dat het Opperweezen zulk eene berispelyke voorschikking zoude gemaakt hebben.
     Zouden de vrouwen minder zyn dan de dieren? Beschouwt ze met my, oplettende Ouders! Met welk

274 DE DENKER. No. 140.

suited as if they would serve as mistresses and had nothing to learn but how to make decorations to display their body and to make their beauty charming. Their Parents mean to have troubled themselves when they had had them learn dancing and singing as well: this upbringing is considered complete when they can speak charming French; when beyond a few books which treat Religion, they only read Romans. What imagination you have, careful Parents, when you raise your Daughter in this way? Will they be skilled for anything other than to attract a young Libertine? Will they, turning 30 years old, having first ensnared her husband by her charms, now becoming pacified, please him any more? The charm and grace of her body fades with the years, delivering babies: they scorn dancing and the voice themselves once they find them to be no longer charming. What they still remember of Romans they ridicule, and the newly-arrived girls make fun of their old-fashioned wrappings and ribbons!
     Is it really true, lost Parents, that your daughters are trained in nothing else but, through playfulness, to steal the heart of a rash youth, who barely becoming marriageable, seeks nothing but lust? It is absurd to think thus about women, who make up half of the human race. It is unworthy of her merits, through which she so often has excelled; it is indecent to suppose that the Supreme Being would have created such a reprehensible predestination.
     Would women be less than animals? Look at them with me, attentive Parents, with what

DE DENKER. No. 140.275

een yver jaagt niet het wyfje met haar man, om prooy te verschaffen voor hunne jongen? Vegten zy niet met eene dapperheid, welke onze verwondering waardig is, wanneer men het nest nadert, of de weerlooze jongen met vernieling dreigt? De Honden, tot de Jagt geschikt, bevestigen dit dagelyks, en eene Hen, hoe zwak ook in tegenstelling van haaren vyand, doet wonderen ter verdediging van haare kiekens. Zouden onze vrouwen minder hart hebben dan deze redelooze schepselen? zouden zy niet zoo wel als de man de kost bezorgen voor haare kinderen? Voorzeker; alle volken, die in den staat van eenvoudigheid en der natuur leeven, bevestigen deeze waarheid. Vrouwen hebben, in alle landen, in alle eeuwen, zoo wel als de mannen, uitgemunt in verstand, in deugd, in dapperheid en in onvermoeiden yver, om het bestaan van haar huisgezin te bevorderen.
     PLATO is daarom van begrip(a), dat de vrouwen, even zoo wel als de mannen, en gelykerhand de kinderen opvoeden, ook arbeiden, dog minder zwaar werk doen moeten, dan de mans: dat zy mede ten oorlog zullen trekken, en alsdan haare kinderen mede neemen, om te dapperer te vegten; eindelyk, dat de meisjes daarom zoo wel als de jongens, van kindsbeen af, in krygs-oeffeningen en in den landbouw onderweezen moeten worden. De Thraciers immers lieten hunne vrouwen het land bouwen, de Lacedaemoniers allerley konsten leeren, de Amasoonen en Sauromaten den kryg voeren, terwyl de mannen huiswerk deeden(b). Hy besluit wyders uit een menigte voorbeelden, welke ook in ons land niet ontbreeken, dat de vrouwen, zoo wel als de mannen, het land regeeren konnen(c).

(a) De Rep. Liv. V. p. 456.
(b) Ibid. pag. 805.
(c) p. 456.

DE DENKER. No. 140.275

zeal the little wife hunts with her husband, to procure prey for their young? Do they not fight with valor, which is worthy of our astonishment, when their nest is approached or their defenseless young are threatened with destruction? Dogs, trained for the Hunt, affirm this daily, and a Hen, however weak in contrast with her enemy, does wonders in defense of her chickens. Would our women have less heart than these brute creatures? Should she not earn the bread like the man for her children? To be sure; all peoples, who live in the state of simplicity and in nature, confirm this truth. Women have, in all countries, in all centuries, as much as men, excelled in reason, virtue, bravery and in untiring diligence to sustain the livelihood of their family.
     PLATO is therefore of the notion(a), that women, just like men, equally rear children, also work, though have to do less heavy labor than men: that they would go to war with him, and in that case bring their children along, in order to fight more courageously; finally, that therefore girls as well as boys, from childhood, must be educated in military exercises and in agriculture. The Thracians always let their women farm, the Lacedaemonians let them learn all kinds of arts, the Amazons and Sarmatians let them wage war, while the men did the housework. He further concludes from many examples, which are not lacking in our country, that women as much as men can rule the country.

(a) De Rep. Liv. V. p. 456.
(b) Ibid. pag. 805.
(c) p. 456.

276 DE DENKER. No. 140.

     PLATO ziet op een Gemeenebest, ’t welk zig zelven moet verdeedigen; hy beöogt het behoud van de helft weerbaare lieden, en trekt daarom de vrouwen mede in de oorlogsbedryven.
     Wy zullen eerst onderzoeken waar toe de Schepper de vrouwen geschikt heeft; daar na waar toe zy in ons land het meest bevoegd zyn.
     Uit haar verstand, waar in zy, door elkander genomen, de mannen overtreffen, blykt, dat zy, niet minder dan wy, met eene redelyke ziel begaafd zyn: uit het gestel haarer lighaamen, dat zy minder sterk zyn, en derhalven niet zoo zwaar arbeiden moeten als de mannen: uit het onderscheid van geslagt, dat zy kinderen moeten baaren en met haare melk voeden. Terwyl zy dit groote werk der Natuur verrigten, konnen zy niet veel anders doen. Aangemerkt nu alle vrouwen, door elkander genomen, zes kinderen voortbrengen, en wanneer zy ze zelve de borst geeven, om de twee jaaren één, zoo volgt, dat zy twaalf jaaren zeer bezet zyn met de opvoeding der kinderen; hier by gevoegd wordende de opvoeding van het jongste tot de zes jaar toe, zoo verslyten zy agttien jaaren zonder byna iets anders te konnen doen, dan in huis blyven en teffens op de huishouding passen; zoo dat het plichtelyk is, dat de man het overige in het geheel op zig neeme, en arbeide voor de vrouw en het geheele huis. Terwyl nu de man niet kan letten op de opvoeding der kinderen, behoort de vrouw die geheel te bezorgen, en daarom onderweezen te worden in al het gene strekken kan om de kinderen het meeste nut toe te brengen. De 40 jaaren over zynde, kan zy wederom arbeiden en den man helpen, wiens kragten dikmaal te veel afgesloofd in zyne jeugd, dus ondersteund worden in zynen ouderdom. De vrouwen winnen, na gekinderd te hebben,

276 DE DENKER. No. 140.

     PLATO fears a Republic which must conduct its own defence. He aims at the retention of half of the able-bodied people, and therefore brings women into military affairs.
     We will first examine for what the Creator made women fit; after that for what they are the most qualified in our country.
     From her intellect, in which they, on an average, surpass men, it appears that they, no less than us, are endowed with a rational mind. From the frame of their bodies, it appears that they are less strong and consequently should not do as heavy work as men. From the difference in sex, they must bear children and feed them with their milk. While they are performing this great work of Nature, they can not do much of anything else. Considering now that all women, on an average, bring forth six children, and when they breastfeed them themselves on every two years, it follows that they are very busy with bringing up children; here the upbringing of the youngest becomes added to the 6-year-old, so they while away eighteen years without being able to do almost anything else than stay home and at the same tend to the housekeeping, so that it is necessary that the husband completely takes the rest upon himself and works for the wife and the entire household. Whereas the husband can not now attend to the upbringing of the children, the wife should attend to all of it and for this reason should be taught everything that can be extended to be the most useful to children. Once the forty years are over, she can work again and help her husband, whose strength is often too work out during his youth, would be supported in his old age. Women, after having had children,

DE DENKER. No. 140.277

in kragten aan, en leeven gemeenlyk langer dan de mannen. De proef daar van ziet men byna overal; men vindt immers merkelyk meerder oude weduwen, dan weduwnaars. Zie daar de schikking der Natuur in het algemeen; laat ons nu den aart van ons land onderzoeken!
     De vrouwen van onze Regenten behoeven geen arbeid te doen met de handen, maar zyn verplicht de deftigheid van het huis op te houden, voor de huishouding en voor de opvoeding der kinderen te zorgen. Zy behooren derhalven algemeene weetenschappen te bezitten; deftigheid in het spreeken is haar meerder noodig dan de zangkonst, en eene zedige tred doet haar meerder eer dan een konstig gehuppel.
     De vrouwen onzer Krygshelden moeten indruk hebben van de verhevenheid der dapperheid, en, behalven de deftigheid en andere deugden, den vrouwen der Regeerders dienstig, zig onderhouden met het leezen van Lofdigten der Helden, om hunne zoonen van de wieg af in te boezemen het loffelyke om voor het Vaderland den degen te voeren, en zig tot gelatenheid te gewennen, wanneer haar man of zoonen met roem gesneuveld zyn.
     De vrouwen der Geleerden behoeven minder deftigheid; een zedig gedrag en netheid in de huishouding passen dezelve allermeest.
     De vrouwen der Kooplieden behooren zelve den handel te leeren, boek te houden, en konnen dit ligtelyk doen, omdat het niet vermoejende is voor het lighaam, dikwyls overtreffen zy hier in hunne mannen.
     Dit is op onze Steden toepasselyk. Op het land leert de natuur van zelve, wat de vrouwen, behalven de huishouding, leeren moeten; de Landbouw, vee hoederye en dergelyken.

DE DENKER. No. 140.277

gain in strength and generally live longer than men. The evidence for that one sees almost everywhere, finding almost considerable more old widows than widowers. See here Nature’s arrangement in general. Let us now examine the character of our country!
     The wives of our Regents do not have to do any work but are obliged to uphold their house’s dignity, to care for the housekeeping and the upbringing of the children. Consequently they should know common knowledge; smartness in speaking is more necessary to her than the art of singing and a demure pace gives her more honor than an artful skipping.
      The wives of our Military heroes must be impressed by the loftiness of bravery, and, in addition to the dignity and other virtues dutiful to Rulers’ wives, provide by their reading of Laudatory poems about Heroes, to inspire their sons from the cradle the praiseworthiness to wield a sword for the Fatherland and to resign themselves to become accustomed when their husband or sons are killed in glory.
     The wives of Scholars require less stateliness, a modest demeanor and tidiness in housekeeping suits them most of all.
      The wives of Merchants need to learn the trade themselves, to keep books and can do this lightly because it is not tiring for the body, they frequently excel in this over their husbands.
      This is appropriate in our Cities. In the countryside nature herself teaches what women should learn besides housekeeping: Farming, live-stock herding and the like.

278 DE DENKER. No. 140.

Eer wy nu bepaalen wat eigentlyk jonge Juffrouwen behoorden te leeren, om te voldoen aan die plichten, waar toe de Schepper haar geschikt heeft, moeten wy eerst ons oog laaten gaan over die dingen, welke de ondervinding geleerd heeft, dat haar schadelyk waren.
     Wy zullen beginnen met de allergeëerdste Vrouwen, dat is de zulke, welke uitgemunt hebben in weetenschappen; deeze hebben nimmer zig willen bemoeien met huisselyke zaaken; verwaand op haare geleerdheid hebben zy het gering geoordeeld de huishouding waar te neemen, even als of het laag was, zig te schikken tot die plicht, waar toe wy door het Opperwezen bestemd zyn. Daar kommt altoos min of meerder gemaaktheid, en pedanterye by, welke eene Vrouw onbevallig maakt voor haaren man, en ondraagelyk voor Vrouwen van haaren rang, waar mede zy verkeeren moet. Met deeze opvoeding voldoet zy derhalven niet aan het vereischte; De vraag is, hoe een kinds verstand zal aangelegd worden om ter eeniger tyd gelukkig te zyn? Voor my, Heer Denker! ik hebbe geen zin in eene Sçavante of Poëtesse; Nogthans kenne ik twee van onze uitmuntendste Dichteressen, welke zekerlyk alle verwaandheid, door haar verstand, overwonnen hebben; en, met dit alles, moet ik zeggen, dat beide my wel hooge achting, maar nooit eenige de minste liefde ingeboezemd hebben. Indien nu deeze talenten op alle mannen eveneens werken als op my, zoo konnen die Dichteressen nimmer voldoen aan de schikking haarer Sexe, en zyn derhalven niet gelukkig.
     Denk daarom niet dat ik behaagen zoude hebben in eene, welke in zangkonst, of snaarenspel uitblonk: het zy verre. Zulk eene bekoort eerst haaren minnaar met kragt, dog daar naa geduurige nieuwe verwonderaars vereischende, legt zy zig toe om beminnelyk

278 DE DENKER. No. 140.

     Before we now decide upon what young ladies really should be learning in order to complete the duties for which the Creator has made her fit, we must first let our eye go over the things that experience has taught are detrimental to her.
      We shall begin with the most honored Women, that is those, who have excelled in scholarship; they have never been willing to be concerned with domestic matters. Conceited about their learning, they have judged it trifling to attend to housekeeping, as if it were vile to accept the duty for which we are destined by the Supreme Being. There is always added more or less primness and pedantry, which makes a Woman ungraceful to her husband and unbearable to the Women of her rank, with whom she must associate. With this education they comply with the requisite. The question is how a child’s understanding will be constructed in order to be happy for a considerable time? For me, Heer Denker, I have no fancy for a Savante or Poetess. Nevertheless, I am acquainted with two of our excelled Poetesses, who certainly have overcome all conceit through their reason; and, with all of this, I must say, that both have inspired my very high respect but never the least bit of love. If these talents affect all men the way they do me, then the Poetesses can never fulfill the destiny of their Sex and therefore are not happy.
      Do not think that for this reason I would take delight in one who shone in the art of singing or string music: far from it. Such a one first enchants her lover with intensity, yet, after that, demanding continuous new admirers, they apply themselves to make themselves beloved

DE DENKER. No. 140.279

te schynen aan eenen Vreemden; het welk in het begin den man wel vleit, maar naderhand minnenydig, ten minsten agterdenkend maakt; Zy wordt om haare stem, en niet om haare deugden aangebeden. Wist zy zig te maatigen, zy was gelukkig, maar geduurig het hoofd vol hebbende van Airia’s Cantata’s en Recitativo’s droomt zy niet als van zulke gezelschappen, daar geduurig gezongen en gespeeld wordt. Ik onderstelle, haar gedrag blyft onbevlekt, maar hoe kan een verstandig man genoegen hebben in eene vrouw, die den geheelen dag aan muzyk, zangeressen, en Snaarspeelers denkt? en derhalven den geheelen dag zig opschikt, voor het Clavier zit, en haar huishouden, man, en kinderen vergeet?
     Het danssen is minder schadelyk; het geeft eene bevallige en deftige houding aan eene bejaarde vrouw, zig wel te konnen buigen, en met zwier in eene kamer te koomen. Het overige wordt van zelf onnut.
     Eene wel geboore jonge Dogter behoort wél te leezen, te schryven, en te rekenen: zy behoort eene oppervlakkige kennis van Geographie, en historien te hebben: en die dingen in haare eerste jeugd zig eige te maaken. Tot tydkorting moet zy tekenen, en schilderen, of een weinig muzyk leeren. Het danssen is noodig om de gezondheids wille, en tot eene goede houding. Voor het overige behoort eene jonge dogter handwerken te leeren, die in de huishouding te passe koomen, te borduuren; niets is aangenaamer voor een man, dan klederen door zyne vrouwe geborduurd, of op andere wyze met de naald gemaakt, te draagen.
     Behalven deeze kleine weetenschappen houde ik het eene der grootste cieraaden voor eene fatzoenelyke Vrouw, buiten haare moedertaal, ook anderen te kennen en te spreeken. Het Fransch, het Engelsch, zyn

DE DENKER. No. 140.279

by Strangers; which certainly flatters a man in the beginning but later on makes him jealous, or at least makes him reflect upon the earlier condition. She is adored for her voice but not for her virtues. If she knew how to restrain herself, she would be happy, but continuously having her head full of Airias, Cantatas and Recitativos, she dreams not of company but what is sung and played. I presume that her behavior stays unblemished, but how can a wise man be satisfied with a woman who thinks about music, lady singers, and string musicians all day long. And therefore the whole day dresses up to play the Clavier and forgets about her housekeeping, husband, and children?
     Dancing is less harmful. It gives a graceful and dignified posture to an elderly woman, to be able to bend herself and enter a room with a flourish. The rest becomes in itself useless.
     A well-born young Daughter needs to read, write and to calculate well. She needs to have a nodding acquaintance with Geography and history: and to acquire these subjects early on. As a pastime she must draw, and paint or learn a little music. Dancing is necessary for the sake of health and for a good posture. For the rest, a young daughter needs to learn handicrafts which fall into step with housekeeping, to embroider. Nothing is more agreeable to a man than to wear clothing embroidered or made in another way with the needle by his wife.
     Other than these small subjects, I consider it one of the greatest graces for a respectable Woman to know and speak languages other than her native one. French and English are

280 DE DENKER. No. 140.

hedendaags de nuttigste, en koomen allermeest te passe. Met deeze, en de andere aangeprezene weetenschappen en konsten wordt eene zedige vrouwe de allerbeminnelykste gehouden by de geheele werreld, en is voor zig zelve de gelukkigste.
     Moeder geworden zynde leert zy haare kinderen goede houding, en het begin van taalen, en nutte konsten, de man eerst, door de zedige bevalligheid van zyne vrouw, verliefd, wordt dag aan dag op nieuws verrukt van haare bekwaamheden. Zy is Vrouw, Moeder, Min, en de Gouvernante van haare kinderen! Zy is niet alleen nuttig voor haar huisgezin, maar voor den kring van Vrouwen daar zy mede omgaat, en het voorbeeld van de Stad, welke haar tot inwoonderesse heeft!
     Welk een zegen, Heer Denker! voor ons land, indien gy het middel kondt zyn om onze Dogters zulke verhevene begrippen van opvoeding en gedrag in te boezemen.

C.

280 DE DENKER. No. 140.

nowadays the most useful and fall into step most of all. With these and the other recommended sciences and arts, a modest woman will be loved the most by the whole world and is through it the happiest.
     Becoming a mother she teaches her children good posture, the beginning of languages, and useful arts. The husband first, through the demure grace of his wife, in love, is delighted day by day by the news of her abilities. She is Wife, Mother, Wet-nurse, and the Governess of her children! She is not only useful for her family, but for the circle of Women with whom she associates and the model of the City which has her as resident.
      What a blessing, Heer Denker, for our country, in case you could be the means to inspire our Daughters such lofty ideas about upbringing and conduct.

C.

08/09/05 Valid HTML 4.0!