Petrus Camper (1722-1789) on Bringing Up ChildrenCamper's drawing of a child
HOME TEXTS PROJECTS ORDER SITEMAP
NATURE VARIETIES ADAM EVE AUTHORS
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

[Petrus Camper (1722-1789),] “Brief over de zedelijke opvoeding der kinderen,” De Denker 3 (1766): 137-144.

Translated by Miriam Claude Meijer, Ph.D., as:
[Petrus Camper,] “Letter on the Moral Upbringing of Children,” De Denker 3 (1766): 137-144.
[#21 = On How to Bring Up Happy Children - Part I]



DE

D E N K E R.


N°. 123.

Den 6. MAY 1765.


Ik heb van een der grootste Mannen van ons Gemeenebest, (en waarom zeg ik niet van Europa?) eenige aanmerkingen over de zedelyke opvoeding der kinderen ontvangen, met gunstige belofte van dezelve te agtervolgen. Ik haast my, om mynen Lezeren dit soort van Inleiding mede te deelen, op dat myn Hooggeëerde Correspondent zyne vriendelyke toezegging ook des te eerder gestand doe. Zyn Wel Ed. zal hier uit tevens zien, hoe verre het ’er af is, dat my dit eerste Vertoog misbaagen zoude”.

      Myn Heer DENKER!

      Onder alle de plichten van Ouders is ’er zeekerlyk geen, welke zoo moeijelyk is, en zoo veel bekommernis met zig brengt, als de opvoeding der kinderen: misschien is ’er geen, welke meerder verwaarloosd en minder in acht genomen wordt. Ik hebbe my zeer verheugd dat de Hollandsche Maatschappy onzen Landslieden dit nuttig en gewigtig vraagstuk wel heeft willen opgeeven: hoe moet men het verstand en het hart van

The

T H I N K E R.


N°. 123.

The 6. MAY 1765.


English

138DE DENKER. No. 123.

een kind wel bestieren, om het te eeniger tyd een gelukkig mensch te doen worden? De wyze en voorzienige bezorgers van die Maatschappye hebben zekerlyk in het oog gehad, om het kind een gelukkig mensch te doen worden in ONS gemeenebest, zonder ’er algemeen geluk mede te bedoelen, ’t welk toepasselyk moest zyn op Europa in het byzonder, of de geheele aarde in het algemeen; het welk ik niet oordeele te hebben konnen begreepen worden, om dat de Regeeringsvorm en Godsdienst te veel invloed hebben in ons betrekkelyk geluk, dan dat wy het agter laaten konnen, zonder eene wezenlyke gaaping over te veroorzaaken, die op nieuw eene vraag konde vereischen: hoe leert men best een mensch zig te schikken, en volmaakt te vrede te zyn onder eene despotique, monarchale of volkregeering? welke ik niet geloove gemakkelyk opgeloscht te konnen worden, om dat de ondervinding ons dagelyks toont, dat de Vryheid, zagtheid en rechtvaardigheid van ons Gemeenebest allerlei volkeren tot zig lokt, en vergenoegd doet leven, terwyl landen, daar zulke voordeelen niet in die maate gevonden worden, dikwyls geheel en al ontbloot worden van Inwoonders.
     De eisch, van het kind te eeniger tyd een gelukkig mensch te doen zyn, koomt my, behalven dat, voor, niet bepaald genoeg te zyn, of iets stelligs te bevatten. Het gelukkig zyn moet betrekking hebben tot den stand van den genen, welke opgevoed wordt. Een klein voorbeeld zal misschien de zaak ophelderen: om de gezondheid en maatigheid myner kinderen van jongs af te leeren, houde ik eene tafel welke eenvoudig, dog goed is: ik laat myne kinderen, om goede manieren te leeren, verkeeren met jongelingen, welke in geboorte en rang

138DE DENKER. No. 123.

English

DE DENKER. No. 123.139

de mynen overtreffen; het gevolg daar van ondervinde ik te laat; myn zoon, eerst te vrede en gelukkig in zyn vaders huis, verlekkert en bedroogen door de weelde, die hy by anderen ziet, begint het schielyk te verachten, wordt een ondankbaare zoon, en zeer ongelukkig; eene opmerking, welke reets door PLATO gemaakt is in het 8 Boek de Republ. (pag. 572. C.D.)
     Niet alleen behoort de tafel geschikt te zyn naar den waarschynelyken voet, op welken de kinderen in het vervolg zullen konnen leeven, maar ook naar hun onderwys, weetenschappen, en wat dies meer is. Kinderen moeten zulke weetenschappen leeren, zegt daarom PLATO de Legibus lib. 7. p. 808. D. E. Quae liberum hominem decent; en vervolgens p. 817. D. E. Fatzoenelyke lieden, liberi homines, moeten drie dingen leeren, de Rekenkonst, Meetkonst en Sterrekonst; dog dit moet van allen niet geleerd worden met groote netheid, alleen moeten zy het noodzaakelyke weeten; het diep indringen in zulke weetenschappen moeten zy aan byzondere lieden overlaaten, p. 818. A.
      Het blykt derhalven, dat de opvoeding, zal het geluk bestendig zyn, betrekking moet hebben op den staat van yder kind in het byzonder.
      Om dit oogmerk met zekerheid te bereiken, dient men de menschen in eenige klassen te onderscheiden. Ik handele van ons gemeenebest, en gaa voorby alles wat betrekking heeft tot Vorsten en hooge Adel, als boven myn bereik, en niet toepasselyk op ons land. Ik stelle dan vier verdeelingen, Regeerders, Krygslieden, Geleerden en Kooplieden. PLATO stelt slegts drie, de Repub. Lib. IV. pag. 434. 435. Hy laat ’er af de Geleerden. Hy verbied in zyne Republyk alle Poëeten, en die genen, welke, gelyk toen meest gescheide,

DE DENKER. No. 123.139

English

140DE DENKER. No. 123.

al wat het Godendom betrof leerden; hy bant ze en niet zoner reden, om dat zy verkeerde denkbeelden geeven, onwaardig aan het Opperwezen, van welke hy zulk een verheven denkbeeld hadde. Hy verbant alle de Medici, om dat hy de menschen zoo opgevoed vereischt, dat de gemaatigdheid van hun gemoed het lighaam in gezondheid houde. Ook oordeelt hy wetten onnoodig daar de leden van het gemeenebest deugdzaam opgevoed zyn, en derhalven worden van zelven alle Rechtsgeleerden onnut. Evenwel wil ik niet hebben, Heer Denker, dat gy en uwe Lezers oordeelen zoudt, als of ik dien grooten Wysgeer verkeerdelyk geleezen hadde; ik hebbe nimmer meerder vermaak geschept dan in het doorleezen van zyne Boeken de Republica. Zy zyn niet geschreeven met een oogmerk om zulk een gemeenebest op te richten, maar om een bestek van opvoeding te geeven aan kinderen, tot een welgesteld gemeenebest geschikt, welke altoos in staat zoude zyn zig zelven te beheeren, en tegens den aanval der vyanden te verdeedigen. Hy heeft te wel doorgezien wat het zwak der menschen was, om te gelooven, dat het mogelyk ware dit bestek ter uitvoer te brengen. Hy onderstelt de allervolmaaktste menschen: hy beweert in het 5de Boek, dat alle dingen, niet alleen goederen, maar ook de Vrouwen en kinderen gemeen zyn zullen, zoo zelf, dat geen Vader zynen Zoon, of Zoon zynen Vader kenne; dog met geen ander inzigt, dan om te doen zien, dat alle kinderen van alle Burgers zonder onderscheid even veel betrekking behooren te hebben op het gemeenebest, dat de deugd en verdiensten alleen gekroond moeten worden, en niet dat kinderen van meerder geboorte boven anderen van meerder verdiensten gesteld worden, waar van de

140 DE DENKER. No. 123.

English

DE DENKER. No. 123.141

kragt, zonder zulk iets te stellen, niet zoo sterk konde betoogd worden.
     Om weder te keeren tot de vier verdeelingen, de Geleerden maakten daar van de derde uit, het welk in ons gemeenebest zeer klaarblykelyk is, de Godgeleerden, de Rechtsgeleerden, Genees- en Heelmeesters; De thans genaamde Wysgeeren maaken afzonderlyk op zig zelven zekere wyze van bestaan uit, waar toe eene byzondere opvoeding vereischt wordt, welke niet algemeen toepasselyk is. Ik spreeke niet van Werklieden, nog Boeren; deeze maaken geen gebruik van onze leerstukken, maar voeden hunne kinderen op volgens de ingeeving der natuur, die altoos zeer wys en voorzigtig is: inzonderheid hebben de vrouwen hier over de zorge, en niet vreemd schynt het my toe te stellen, dat de vrouwen daarom eerder haar ryp oordeel hebben dan de mannen; ook hebben zy, over het algemeen genomen, meerder verstand. Dit zegge ik niet om de vrouwen verwaand te maaken, dan wel om haar te doen zien, dat de Schepper niet te vergeefsch haar die vermogens toebedeeld heeft, en dat het derhalven haare plicht is zig te bemoeijen met de opvoeding haarer kinderen, en dat zy gevolgelyk een onvergeefelyken misdaad begaan, wanneer zy dezelve aan vreemden toevertrouwen.
      De opvoeding dient derhalven zoo geschikt te zyn, dat ydereen te eeniger tyd een gelukkig mensch worde met betrekking tot de klasse, daar hy toe behoort. De betrekking tot de Regeeringsvorm dient teffens in acht genomen te worden; Overheerlyk is de opmerking van den grooten PLATO op de gevolgen van eene al te groote vryheid der volkregeering, Lib. V. de Rep. p. 560. Niet alleen, zegt hy, worden de menschen, maar

DE DENKER. No. 123.141

English

142DE DENKER. No. 123.

ook de dieren verwaand in zulk eene regeering: de Schoothondjes zyn, volgens het spreekwoord, als de Juffertjes. Paarden en Ezelen loopen op straat een yder, die niet wykt, op het lyf. In de tedere kindsheid moet men derhalven reeds tegengaan de gebreeken, die uit de groote vryheid van ons land volgen.
      Zeer moeijelyk is het van gelyken te bezorgen, dat de kinderen hun geluk schatten naar de betrekking hunner maagen en ouderlyk huis. Hemel! met welk eene vreugde en achting zie ik niet den braaven Hopman, die, in den laatsten oorlog, door zyne dapperheid, van gemeen Soldaat opgeklommen tot deeze waardigheid, zyne oude arme moeder van bed, dek en eeten voorziet, en zynen broeder, tot een gering bestaan opgebragt, in zyne kelder bezoekt, en met hem, als ouder gewoonte, een pypje rookt. Deugd hoe goddelyk is uw vermogen! Zyne ryke kleeding, zyn verhevener staat van Capitein, zyn ruim inkomen doen hem de betrekking van zyn ouders huis niet vergeeten, maar alles spaaren om zyne oude moeder, zynen broeder en deszelfs kinderen te doen deelen van zyn ruimer inkomen. De Soldaaten van zyne bende beminnen zyne zagtheid; zyn Overste, de Generaal zelf achten zyne verdiensten!
     Dat te eeniger tyd gelukkig te worden, Heer Denker, zal moeijelyk zyn wel te betoogen. Het zal my aangenaam zyn te mogen gebruik maaken van den arbeid myner Landslieden; ik rekene allen verplicht iets toe te brengen tot dit schoon bestek; ik heb ’er zelf dikwerf en veel over gedagt, dog altoos moeijelyk gevonden zoo te slaagen als ik meende te behooren.
      Vader zynde van verscheidene kinderen, wat is ’er natuurlyker, dan dat ik zorge voor hunne

142 DE DENKER. No. 123.

English

DE DENKER. No. 123.143

opvoeding? wat is redelyker, dan dat myne Huisvrouwe, die ik eene der beste Moeders houde, mede weete, hoe anderen denken over dit gewigtig stuk? Het is my eene der nuttigste en vermaakelykste uitspanningen haar voor te leezen de gedagten der oudste Wysgeeren, en te doorzoeken wat de laatere Schryvers ons medegedeeld hebben.
      Ik oordeele PLATO de verhevenste en beste, mits dat men hem met dat denkbeeld leeze, als ik gezegd hebbe. Een oplettend Huisvader kan ’er niet alleen uit leeren zynen kinderen wel op te voeden, maar, dat nog meerder is, zig zelven wel te gedraagen. PLUTARCHUS heeft zyne lessen meest uit PLATO gehaald; daar wordt weinig verhevens in gevonden, en meest gezien op gelukkig te zyn by zig zelven en in zyn huisgezin. QUINTILIANUS houdt zig meest met het onderwys van kinderen op, om ze goede Redenaars te maaken. FENELON geeft opvoeding aan een Vorst; LOCKE aan Edellieden, en ROUSSEAU maakt Emile wel gelukkig voor zig zelven, maar onnut voor de Maatschappy.
     Indien allen deezen volkomen voldaan hadden, zoude het ongerymd zyn eene vraag op dit onderwerp op nieuws voor te slaan; indien myn Vertoog u niet geheel mishaagt, zal ik nu en dan u mededeelen, ’t gene ik, tot eigene oeffening, byeen verzameld hebbe. Misschien had de Maatschappye eerst eene andere vraag behooren voor te stellen, hoe men het verstand en het hart van Ouders moet bestieren om hunne kinderen wel op te voeden. Waarlyk, Myn Heer, ik ondervinde dit het moeijelykst. Wy zyn allen menschen, dikwyls in weerwil van ons zelven, afhangende van de dierlyke driften, welke veeltyds rechtdraads stryden met

DE DENKER. No. 123.143

English

144 DE DENKER. No. 123.

onze plichten. Misschien overwonnen wy dezelve, indien wy naar de natuur konden leeven; dog dit is onmogelyk in ons land, in Europa, misschien over den geheelen aardbodem, dan daar de menschen in het geheel in den staat der natuur leeven: dat is, zoo als wy het thans noemen, Wilden zyn. Wie onzer is niet altemets te toegeevende aan zyne kinderen, en dan weder te streng? Wie onzer geeft zig niet zomwylen te schielyk over aan zyne driften? verfoeilyk voorbeeld voor kinderen! JUVENALIS heeft het reeds begreepen, dat Ouders den grootsten eerbied schuldig zyn aan hunne kinderen, dat is de grootste oplettenheid, om met een goed voorbeeld voor te gaan; dog wie kyft niet als de huisbedienden slof zyn? wie slaapt niet eens te lang, als hy ’s avonds te voren ter gast geweest is? Meer dan menschelyke wysheid is noodig om, bejaard zynde, niet te draalen. Gelukkig is hy, die de minste zwakheden onderhevig is. Ik heb dit Vertoog vooraf laaten gaan, om in het volgende te onderzoeken, of men goed moet doen alleen uit liefde tot het goede, dan op verwagting van vergelding. Hier van zal afhangen, of men kinderen beloonen moet om ze tot het goede, dat is, tot deugd te brengen, dan niet?

C.


Deze Vertoogen worden uitgegeven, te Amsterdam, by de Boekverkoopers F. Houttuyn en de Wed. K. van Tongerlo en Zoon, en zyn, ieder Maandag, by dezelven te bekomen; en, wyders, te Dordrecht by A. Blusse, Haarlem J. Bosch, Delft E. v. d. Smout, ’s Gravenhage P. van Thol, Leiden P. v. d. Eik, Rotterdam R. Arrenberg, Middelburg P. Gillissen, Utrecht G. v. d. Veer, Leeuwarden H. A. de Chalmot, Franeker J. Brouwer, Harlingen F. v. d. Plaats, Sneek Zylstra, en Groningen J. Crebas.

144 DE DENKER. No. 123.

English

C.

book@petruscamper.com

[ home ] [ reviews ] [ texts ] [ projects ] [ order ] [ sitemap ]
© All Rights Reserved

Valid HTML 4.01 Transitional